Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
142-
Maliem- Bassa, kweekeling van de stichters der
nieuwe sekte, nam den titel van Toewanko• Moeda
aan, doch werd Oppergebieder en Opperpriester onder
dien van Tocwanko-Imam. Te Bonjol, de heilige stad,
bleef het middelpunt van magt, en aldaar werd de leer-
school der nieuwe Wetgeleerden gesticht. Hier was
derhalve het groote steunpunt der Padries. In weêrwil
van dit alles, viel het geheele dal den Nederlanders,
in 1832, in handen. De Toewanko - Imam maakte
echter spoedig misbruik van de geslotene overeenkomst;
hij overrompelde, in Januarij, 1833, de Nederlandsche
bezetting van Bonjol, vermoordde alles en bleef, tot in
Junij, 1835, er ongestoord meester. Van toen af werd
het dal Alahan-Panjang langzamerhand al naauwer en
naauwer ingesloten. De Nederlanders gaven vele bewij-
zen van volharding, bekwaamheid en dapperheid; ook
de verdedigers, door het gunstigste terrein geholpen,
toonden blijken van waakzaamheid, kunde en hardnek-
kigheid. De Luitenant-Kolonel Michiels en de
Majoor de Sturler vermeesterden eindelijk al de
versterkingen op den jö^en Augustus, 1837, en zoo
werden de stoutmoedige heldhaftigheid, volhardende
opoffering en onverdroten ijver der Nederlanders met de
schoonste zege bekroond. — De Toewanko - Imam ont-
snapte ; doch weinige weken later zag liij zich tot
onvoorwaardelijke onderwerping genoodzaakt, en werd
sedert naar Batavia gevoerd.
Baros, of Baroes, in het noorden der Residentie, was
voorheen de hoofdplaats van een afzonderlijk Rijk; het
ligt aan eene weinig beteekenende ondiepe rivier, welke
echter binnen 'slands met verscheidene rivieren gemeen-
schap heeft. Eigenlijk is het een vrij uitgestrekt vlek;
het gedeelte, dat het verst van strand gelegen is en
veelal Kampong -Oudiek wordt genoemd, heeft zeer
goede op zich zelve staande woningen, en is door eenen
aarden wal, met bamboes-auwer begroeid, omgeven. De
Radja heeft een versterkt verblijf in het midden der
kampong. Het omliggende land heeft vele sawa- of
natte rijstvelden en vruchtboomen. Van hier worden
de Battasche paarden uitgevoerd, die middelmatig van
grootte, sterk op de pooten en goed voor het bergland
zijn. Sedert 1668 was er een Nederlandsch fort van
klipsteen, dat, in 1730, door een' zwaren watervloed
vernield, doch spoedig herbouwd werd. Thans is er
we-