Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
141-
trictshoofden, en in eenige andere, de Panghoeloes, als
Dorpshoofden , de Bestuurders. De oudste zoon, en ,
bij gebreke van dien, de jongste zoon, is des vaders
opvolger. Een ieder is aansprakelijk voor de schulden
zijner bloedverwanten. Men meent, dat de adats in
groote eere gehouden en getrouwelijk opgevolgd wor-
den.
De bergketens vormen hier verscheidene hooge berg-
vlakten; op eene dier vlakten moet de binnenzee Ta-
•war eene groote ruimte beslaan. De Vuurberg Gopit,
in het Selindongsche, levert zeer zuivere zwavel. In
de bosschen is veel kassia, kamfer en benzoin.
Amerongen, een fort in het landschap Rauw, waar
een Assistent-Resident zijn verblijf heeft. In het jaar
1833 verdedigde zich in dat fort de Majoor Eijlers,
met eene kleine bezetting, deels uit Battas bestaande,
tegen eenen overmagtigen vijand. Gedurende veertien
dagen kampten de dapperen inwendig tegen honger en
gebrek, uitwendig tegen talrijke vijanden, door dwee-
perij opgewonden.
Het landschap Rauw, door eene bergketen van het
Batta-Gebied gescheiden, bestaat grootendeels uit eene
hooge bergvlakte, welke zeer vruchtbaar is , en is in
het noorden begrensd door Mandaheling, in het oos-
ten door Tamboesie en in het zuiden door Bonjol.
De goudmijnen van Rauw geven veel en zeer zuiver
goud.
Bonjol, Bondjol, oï Kotta-Generaal Cochius. Deze
sterkte, in het dal Alahan-Panjang gelegen, stoot
in het oosten aan de rotsen, steile bergtoppen en
ravijnen, waarmede dit dal omringd is. Voor het
overige is het fort en ook het dal, zoo als veelal op
Sumatra gebruikelijk is, door levende bamboesdoorn,
ter dikte van verscheidene voeten geplant, als met
eenen ondoordringbaren muur omgeven. Bij de eerste
vestiging van de magt der Padries, werd Botijol als
eene heilige plaats door hen gebouwd, en verkreeg later
twee fraaije tempels; het dak van den eenen is voor-
al schitterend van wege het tin en ander metaal,
waarmede het overtogen is. Het dal van Bonjol, of van
Alahan-Panjang, slechts 3 palen lang en i paal breed,
waardoor de rivier Alahan-Panjang stroomt , werd
weldra het middelpunt, van waar de nieuwe leer uit-
Ma-