Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
140-
digde zich zoo hardnekkig en met zoo veel beleid,
dat de Padries onverrigterzake moesten terugtrekken.
Aan dezen dapperen man werd naderhand de Willems-
Orde geschonken.
Tappanoelie, met een fort, op het kleine eiland
Poedjan of Poutjan, ook Pondjan of Pontjan - Kitjiel
genoemd. Het werd door de Engelschen op den noord-
westhoek, eene steile klip, die slechts langs een' trap
beklimbaar is, gebouwd. Aan de zuidwestzijde van het
eilandje staat de woning van den Assistent-Resident en
Algemeenen Ontvanger; aan de oostzijde ligt het dorp,
en daar is ook het hoofd en de gewone landingplaats.
Er is gebrek aan versch water; doch zelfs groote sche-
pen kunnen te Poedjan aan den wal liggen, om te los-
sen. De Tappanoelie - baai is ruim en zeer veilig , ook
voor de grootste vloot; men heeft er water, bene-
vens brand- en timmerhout in overvloed, gelijk ook
velerlei ververschingen; de zuidhoek der baai is Batoe-
Mamoe, de noordhoek Batoe" Bar roe', voor de baai
liggen de Mensoelar - Eilandjes, waaronder Soengie ,
Boekal en het Suikerbrood, doch vooral het grootere
Mensoelar, inzonderheid door eenen prachtigen water-
val bekend, waar de schepen zich gemakkelijk van
water kunnen voorzien. — De omtrek levert kassia,
kamfer, vogelnestjes, dammer en rottan; de benzoin
is er slecht. Er wordt peper gebouwd; dit en al-
les , wat tot den landbouw betrekking heeft, wordt
door Pedirezen verrigt, die hier een tijdelijk verblijf
houden.
Batang - Oenan, of Batang - Oenang, diep in het
binnenland, is het verblijf van den Radja der Batta-
Staten; het ligt in eene uitgestrekte vlakte, waar veel
kassia-boomen staan en dan ook voornamelijk kassia-
schillers wonen. Niet ver van Batang-Oenan zijn twee
rivieren, waarvan de eene in Straat Malakka, de
andere op de westkust zich ontlast.
De Batta-Landen zijn in een aantal kleine Staten
verdeeld, waaronder als de voornaamste genoemd wor-
den Limamoera, Selindong en Boetar, benevens Pa-
damboeta, Ankoela, Toeba enz.; doch men weet tot nu
toe weinig van het inwendige des Lands. In sommige
dier Staten is een Radja aan het hoofd, met een' of
meer Bandharas en een grooter of kleiner getal Pang-
hoeloes; in andere Staten zijn de Panghoeloes, als Dis-
tricts-