Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
156-
Bovenlanden zijn zeer onderscheiden, want de gronden
zijn hier hooger, daar lager, in sommige streken vrucht-
baar, in andere min vruchtbaar. Het Agamsche en de
daaromstreeks gelegene hooge districten zijn geschikt
voor gewassen en groenten der gematigde luchtstreek,
als aardappelen, kool, erwten, boonen en dergelijke.—
Voorts heeft men rijstbouw, gambier- en koffijtuinen,
tabak, jagong, katjang, kapok, suiker, doch niet genoeg
om uit te voeren enz. Op eenige plaatsen schijnt de
echte kaneelboom te huis te behooren. Er zijn wei-
nig boomvruchten, daar de boomen, in den oorlog te-
gen de Padries, veelal omgehouwen zijn. Men houdt
zich bezig met goudgraven en ijzersmelten, dewijl deze
beide delfstoffen hier in het geheel niet schaarsch zijn
en in groote zuiverheid gevonden worden. In de be-
werking van dezelve is men echter niet ver gevorderd.
Verdeeling. In de afdeelingen de Vijftig-Kottas,
Agam, Tana-Datar, de Dertien - Kottas , Priaman en
Batiepoe; de drie eerste hebben elk eenen Assistent-
Resident.
De voornaamste plaatsen zijn:
Priaman, met het fort Vredenberg, in 1712 aange-
legd en met een klein vlek aan den mond der rivier
gelegen. De reede is door de lage eilandjes Tonga,
Atison en Oedjong gedekt. Van hier gaat de weg najr
de Bovenlanden, langs het Sengalangsche Gebergte,
naar Kajoe-Tanam en naar Padang-Pandjang, om
zich voorts naar het noorden en oosten te splitsen. —
Men vindt hier zuiver stofgoud, beste peper, ook
koffij, gambier en suiker, die, als minder geschikt
voor verzending, in de arakstokerijen te Priaman ver-
bruikt wordt.
Tikoe, of Tiko, heeft achter drie ejlandjes eene zeer
veilige reede en goeden ankergrond. Reeds in de 17de
eeuw was hier een fort. In 1823 is deze plaats op
nieuws in bezit genomen en het fort herbouwd. De
rivier Autokan vloeit, langs 2'ikoe, doorgaans met
sterken stroom, in zee. — In de eerste jaren der i7<Jc
eeuw bezochten de Nederlanders reeds Tikoe, om den
handel in peper. Men heeft er, behalve peper, goud
en levensmiddelen; ook is er veel verkeer met de Batoo-
en de Amsterdamse/te Eilandjes.
Van Tikoe loopt een weg in de Padangsche Boven-
landen over Mengoppo en Fort Loeboe, naar Passir-