Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
133-
pad, tripang, vogelnestjes, was en olie, terwijl er
nu ook regtstreeksche scheepvaart naar het Moederland
bestaat.
Tjinko, of Fiko, een klein eiland, door eenige an-
dere eilandjes omringd, vormt de Tjinko-haai, waar de
schepen veilig kunnen liggen. Hier was, in de 17de
eeuw, het Nederlandsche Hoofdkantoor der westkust,
totdat het naar Padang verplaatst werd. Te voren was
het fort van belang, vooral omdat de goudmijnen, ach-
ter Sdhda , onder Tjinko behoorden. De Oostindische
Compagnie liet reeds in de 17de eeuw alhier goud-
mijnen ontginnen, en dien arbeid omtrent 70 jaren met
meer of minder levendigheid voortzetten, totdat, in
1736, de steeds aanzienlijke sterfte der Europesche
opzigters en Madagasksche arbeiders dit werk deed
staken. De aardbeving van den 24sten November,
1833, welke hieromstreeks langs de westkust groote
schade aanrigtte, bragt ook Tjinko veel nadeel toe.
De zee rees plotseling buiten hare oevers, en sleepte
menschen en woningen in den afgrond.
2. De Residentie padangsche bovenlanden
grenst ten noorden aan de Residentie Ayer - Bangies,
ten oosten aan het binnenland, ten zuiden aan de As-
sistent-Residentie Benkoelen en ten westen aan de zee.
Luchtgesteldheid. Hier, gelijk aan de geheele west-
kust , veel gematigder, dan men uit hoofde van de lig-
ging denken zoude. Van Mei tot September heerscht het
drooge, van November tot Maart het natte jaargetijde; in
de overige maanden is het weder veranderlijk; de zee-
wind waait hier van 's morgens 10 tot des avonds 6 ure,
en wordt alsdan door den landwind vervangen. Op de
hoogten is de lucht aangenaam, verkwikkend en gezond,
aan de kusten echter door de moerassen ongezond.
Bergen. Over het algemeen bestaan de bergen uit
onderscheidene grondstoffen. — Als scheiding tusschen
Padang en de Bovenlanden, rijst het gebergte Sen-
galang, doorgaans 3000 voet hoog; met dit gebergte
hangt de eigenlijke Sengalang, die 9355 voet hoog
is, door den berg Tendikee te zamen. De Sengalang
en de Sago zijn 8 mijlen van elkander verwijderd,
hebben naaldvormige spitsen, holen en spleten, en
zijn, de eene zoowel als de andere, door rotspunten
I 3 om-