Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
132-
oorlog der Padries veel geleden, vooral in 1823, toen
deze zich van de plaats meester maakten. Thans is de
welvaart weder toegenomen, en heeft men er vrij leven-
digen handel.
§ 20. III. Landen, regtstreeks door Nederlandsche
Ambtenaren bestuurd:
Gouvernement sumatra's westkust.
Hierdoor verstaat men al de Landen langs de west-
kust van Baros tot Indrapoera en in de bovenlanden
van de Battasche- tot de - districten. Over dit
Gouvernement is een Civile- en Militaire - Gouverneur
aangesteld , terwijl het de volgende Residentiën en dis-
tricten bevat.
i. De Assistent - Residentie padang.
Deze bevat alleen de stad met eenen kleinen omtrek;
de stad is:
Padang, de hoofdstad en tevens, sedert 1666, de
hoofdstad van Sumatra's Westkust. Van het begin
van 1838 af, is zij de zetel van den Civilen- en Mili-
tairen-Gouverneur, alsmede van den Assistent-Resident
en andere Ambtenaren, van den Raad van Justitie,
van de Wees- en Boedelkamer, van eene Commissie
van Onderwijs en een Genootschap tot opvoeding van
Christen-weezen. Het is eene kleine, maar aangename
stad, voorzien van een fort met vier bastions. Sedert
de laatste 10 of 12 jaren is zij veel verfraaid; er staan
welgebouwde huizen, eene kleine kerk en eene goede
school. Slechts kleine vaartuigen kunnen de rivier bin-
nenloopen, zoodat de schepen verpligt zijn, op eenigen
afstand van den wal te ankeren. De reede is tusschen
den uitspringenden Apenberg en de hooge eilandjes
Groot- en Klein - Pisang in het zuidzuidwesten. Wat
verder uit den wal liggen de zoogenoemde Zeven-Ei-
landjes : Ayer, Anam, Ampat, Bandelang , Passir,
Satoe en Tiga. Men vindt in Padang bekwame goud-
smeden. Er wordt gambier, koffij en peper gebouwd;
men drijft met de eilandjes, nabij de westkust van
Sumatra, met Atsjeen , Puloe - Pinang , Sinkapore ,
de vaste kust van Indië en met Mauritius han-
del in kassia, stofgoud, benzoin, kamfer, schild-
pad.