Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1!25
Luchtgesteldheid. Over het algemeen vrij gezond, en
de hitte, welke door de zeewinden wordt verkoeld,
niet buitengewoon.
Bergen. Nabij Atsjeen is een hooge piekberg, en
aan Straat Malakka, ver in zee zigtbaar, vertoont
zich de hooge Jambi' Ayer, binnenwaarts achter de
Diamantspunt gelegen. Meer zuidelijk heeft men de
bergketens van Daholie en Papa, alsmede het ge-
bergte Deira, met uitgestrekte bergvlakten. In de
aan Atsjeen onderworpene Staten komen de bergen na-
der aan de oostkust, dan meer zuidelijk het geval is;
ten aanzien van de westkust geldt dezelfde aanmer-
king , en Kaap Atsjeen of Koningshoofd is het noorde-
lijk uiteinde dier keten, welke het geheele eiland door-
loopt en in de gebergten van Java hare voortzetting
vindt.
Rivieren en andere wateren. De Atsjeen , de
Batoe en de Taroemen hebben geene groote uit-
gestrektheid , daar zij uit den naburigen bergrug ont-
springen ; slechts nabij den mond zijn zij bevaarbaar.
De Sinkel en de Tapoes zijn belangrijke rivieren; de
laatste, zoowel als de eerste, ontspringt hoog in het
Battasche Bergland.
Voortbrengselen. Rijst, moesgroenten, allerlei keer-
kringsvruchten, inzonderheid voortreffelijke broodvrucht
en limoenen, voorts peper, kamfer, benzoin, kassia
enz., rundvee, geiten, fraaije olifanten, wild, ge-
vogelte , zijde, visch, stofgoud , zwavel enz.
Verdeeling. Het Rijk, dat door eenen Sultan, wiens
magt door de Grooten des Rijks bepaald is, be-
stuurd wordt, is in kleine districten of gemeenten
(^moekim') verdeeld, die door sommigen op ongeveer
doo in getal worden opgegeven; eenige hiervan heb-
ben te zamen eenen Gouverneur (Pangliema) aan
het hoofd. De Vorstendommen Pedir, Passey, Dil-
ly of Dely en Arroo of Aroe zijn aan dit Rijk
onderworpen.
De voornaamste plaatsen zijn:
Atsjeen of Achen, de hoofdstad, voorheen zeer
bloeijend, volkrijk en handeldrijvend, doch , door de
willekeur en verraderij der Regeerders, door de wreed-
heden , aan Engelschen en Portugezen gepleegd, en door
het verbod van handel aan de Europeërs langzamerhand
vervallen. De stad ligt fraai aan den rijzenden grond
van