Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
131-
Oudsten, die verpligc zijn zich in alles aan de adats
te houden. De oudste zoon is hier de opvolger zijns
vaders, en bij ontstentenis van dezen de jongste zoon;
doch somwijlen nemen alle den titel aan, door den
vader gevoerd. — Op de westkust en in de bovenlan-
den vindt men kleine Opperhoofden, met den titel van
Radja, magtelooze Hoofden van een bestuur, dat bijna
eene volksregering kan genoemd worden. Aldaar kiezen
de Panghoeloes .den Vorst, terwijl zij, op hunne beurt,
door de Oudsten der districten gekozen worden; bij beide
bestaat dwingelandij van den mindere tegen den meer-
dere. Het Land wordt verdeeld in loewaks, land-
schappen of afdeelingen, kottas, districten, en kam-
pongs , dorpen; eigenlijk heet een dorp doeson; doch
niet zelden is kotta inderdaad niet meer dan doeson
of kampong. De bevolking is verdeeld in lares,
stammen, soekoes, takken of onderdeelen der stam-
men , en boewaproets, huisgezinnen. — In de Padangsche
Bovenlanden zijn slechts twee lares, doch een groot
aantal soekoes. De kinderen volgen de soekoe der
moeders, en de zusterskinderen zijn de erfgenamen,
zoo als ook de zuster en hare kinderen regt hebben op
de hulp en ondersteuning van den man, en niet zijne
vrouw en hare kinderen. Deze inrigting, die in haar
geheel van zeer nadeeligen invloed is, welvaart en be-
schaving tegenwerkt, wordt Soekoeshestuur genoemd. —
Meer gezag hebben de Radja's bij de Niassers. —
De Padries hebben Opperhoofden, die, onder den
naam van Toewanko (eigenlijk een vrij algemeene eer-
titel op Sumatra), tegelijk geestelijke en wereldlijke
gezagvoerders zijn. Daar zoodanig Districtshoofd
meer magt had dan de andere naburige Opperhoof-
den , die geene Padries waren, verkreeg het gebied
der Padries meer veêrkracht dan elders op Sumatra,
vooral omdat verschillende Toewanko's der Padries
den Toewanko - Imam te Bonjol voor hun Opper-
hoofd erkenden, en deze eene onvoorwaardelijke ge-
hoorzaamheid aan zijne bevelen eischte. — In de Latn-
pongs hebben de Dorpshoofden weinig gezag; doch
hunne magt is willekeurig, en de misdrijven worden
veelal afgekocht.
Het Nederlandsch gebied strekt zich over een groot ge-
deelte van het eiland uit, en wel van Straat Soenda, langs
de