Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
s
wordt voortgebragt. Deze wind wordt ecliter door ei-
landen , meer nog door bergen en bergicetens gewijzigd;
daartegen aanstuitende, krijgt de oostewind eene andere
rigting, en wordt in onderscheidene gedeelten van den
Archipel ziiidoostevvind. Op die wijze is , onder ande-
re in de nabijheid van Sumatra, de wind minder vast,
meermalen onregelmatig en gaat niet zelden van regen-
vlagen vergezeld.
De drooge mousson duurt gewoonlijk van half April
tot half November, echter hier wat langer daar wat kor-
ter; dan begint de wisseling of kentering der mousson
met afwisselende en geregelde winden. — Stormen en
orkanen , vergezeld van donder en bliksem, worden door
stilte afgewisseld, totdat in December de natte mousson
doorkomt en de weste- of noordwestevvinden meer
geregeld beginnen te waaijen. Dit houdt aan tot in of
omtrent Maart, wanneer de kentering zich gevoelen doet;
waarna omtrent half April, of iets later, de afwisselen-
de winden voor den oostewind plaats maken.
De westewinden, die gedurende het natte jaargetijde
waaijen, worden door sommigen toegeschreven aan het
opeenpakken der wolken tegen de bergen der hooge lan-
den van Azii; doch anderen spreken dit tegen. Nog-
tans is de rigting der bergen grootelijks oorzaak van de
wijziging, welke de jaargetijden ondergaan. Dit blijkt on-
der andere op Sumatra , waar die rigting van het noord-
westen naar het zuidoosten is, en ten gevolge waarvan
het drooge en natte jaargetijde op de oostkust, doch
meer nog op de westkust, ongeregeld is; meer ver-
anderlijkheid van winden, minder regen geduiende de
natte mousson dan op Jaya, maar daarentegen in het
drooge jaargetijde meermalen hevige noordwestewinden,
die zware regenvlagen aanbrengen. — Ook blijkt dit op
het zuidelijke schiereiland van Celebes, van het noorden
naar het zuiden door eene bergketen in oost- en west-
kust verdeeld; die bergketen strekt tot scheidsmuur der
mousson; want terwijl op de oostkust de regentijd
heerscht, treft men op de westkust den droogen tijd,
en omgekeerd, zoodat men slechts de bergketen be-
hoeft over te trekken, om van jaargetijde te wisselen.
Het is bekend hoe, behalve de algemeen waaijende
oost- en west-mousson, onder de eilanden, nog gere-
geld afwisselende land- en zeewinden waaijen. Zoo
komt, langs de noordkust van Java, de zeewind ge-
A 3 woon-