Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
121-
tong, en zich meer dan 80 mijlen ver iiitstreict; —
de Kampar - Besaar, eene vereeniging van de Kam-
par, of May, met de Sibayong, die beide, na een'
afzonderlijljen loop van ongeveer 50 mijlen, hare ver-
eenigde wateren nog 28 mijlen ver, onder den naam
van Groote - Kampar, naar zee voeren; — de Siak of
Tabong, welke ook uit het Menang-Kahousche komt,
vervolgens eene belangrijke diepte met eene breedte
van ruim 1600 voeten verkrijgt, en zich, na een' loop
van omtrent 80 mijlen, in Straat Malakka stort; ein-
delijk, de Rakan of Irakan, die omstreeks den Passa-
man of Ophir ontspringt, en nabij de monding genoeg-
zame diepte heeft voor groote schepen.
Kanalen vindt men vooral in het Palembangsche,
waar zij de reeds veelvuldige gemeenschap te water nog
gemakkelijker maken, door de verschillende rivieren
met elkander te vereenigen. — Onder de meren is
belangrijk dat van Singkara of Simamvang, nagenoeg
6 mijlen lang en van ij- tot 2 mijlen breed, en het
meer der Tien-Kottas, dat slechts weinig kleiner
is, behalve nog onderscheidene groote meren, meer
noordelijk gelegen, alsmede andere van minder uitge-
strektheid in de binnenlanden van Palembang en die
van Benkoelen, doch nog weinig bekend. — Onder de
menigvuldige watervallen zijn die aan de noordzijde
van den berg Poegong en die op het eiland Mensoelar
bijzonder merkwaardig.
% 15. Bergen. Wanneer men de bestanddeelen,
waaruit de gebergten van Sumatra bestaan, nagaat,
en daarbij de rigting dier gebergten in aanmerking
neemt, is men geneigd te gelooven, dat zij met
die op Java zamenhangen, en zoo verder, door de
Soendasche Eilanden heen, voortloopen tot op het
groote Timor, waar die keten, naar het schijnt,
ophoudt, of althans gebroken wordt. In het noor-
den van Sumatra eindigt de schakel in het Konings-
hoofd, om de Brassi-Eilandjes als verbinding met
de Nikobarische Eilanden te gebruiken, en vervol-
gens in de Andaman-Eilanden voort te loopen, om
welligt in het gebergte van het Malabaarsche Schier-
eiland zich aan het vaste land van Azië te hech-
ten.
In de geheele lengte is Sumatra van bergen, ge-
bergten en bergruggen doorsneden, die veelal kort aan
h 5 cle