Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
127-
ruim 200000 zielen, en is verdeeld in een aantal kleine
Staten , welke elkander dikwijls beoorlogen, om gevan-
genen te maken, die op Sumatra en elders verkocht
worden. De Niassers bouwen rijst, peper en aard-
vruchten , kweeken varkens, gevogelte enz.; voorts de
Banjak- of File • Eilanden , waarvan het grootste Ma-
roe-wie genoemd wordt; deze eilanden zijn zeer wel be-
volkt, volgens sommigen door een' afzonderlijken stam,
volgens anderen door Atsjeners, die zich veel met peper-
bouw en vischvangst generen , alsmede de Babi- of Far-
kens - Eilanden; het grootste van deze. Babi- Besaar,
wordt herkend aan het suikerbrood, een' vrij hoogen
kegelberg; op de Banjak- en Babi-groep heeft men
kokosnoten, klapper-olie, varkens, buffels, water en
brandhout. De Banjak- en Babi - Eilanden worden ,
zoo sommigen meenen , door den Maroewieschen stam
bewoond.
b. Nabij het Koningshoofd de Gomee - Eilandjes,
Nansi of Nasi, Brassi-Besaar, alle onder den naam
van Brassi-Eilandjes begrepen; Way, dat dwars voor
de Baai van Atsjeen ligt, en de Bengaalsche - passage
ten westen, en de Malakka -passage ten oosten heeft;
verder de Hollandsche Diamant.
e. Water-Eiland, Jar ra of Jar rak, Farella , de
Broeders of Gebroeders, de Arroa of Arroe-groep,
Serahot, Groot- en Klein - Koepat, de Brouv/ers-Eilan-
den , zijnde: Bangkalie of Bankalis , Poeseratoes of
Paparserat, Padang, Pantjoor en Rantaw, vrij groote
eilanden , gezamenlijk door de Brouwersstraat van Su-
matra gescheiden, welke de monden van de Siak in
het noorden, en die van de Kampar - Besaar ten zuiden
hebben; de Karimon-groep, mtx. Sabon, Papan, de
Doerian-groep, Sogie, Mankaka en eene menigte
kleine eilandjes, aan den zuidelijken ingang van Straat
Malakka gelegen. De meeste dezer eilandjes strekken
tot schuilplaats aan Maleische zeeroovers, die van
daar de gelegenheid waarnemen, om de koopvaardij-
vaartuigen met zwaar bemande praauwen te overval-
len; niet zelden worden die roovers door hunne hier
en daar gevestigde medestanders van de komst der
vaartuigen en de inhebbende lading vooraf verwittigd.
De Bintang-Eilanden, waarvan Bintang, Batang en
Gallang de grootste zijn; de Linga -groep, eene groote
menigte kleine eilanden, met het vrij groote Linga,
H 4 als-