Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
118-
c. De oostkust:
Punt Praauw - Hila , Kwalla - Langsa , Langkat -
Toewa , Saboenga - Boenga, Matie, Bangsie, Bantan,
Djatic, Baro& of Barroe, Basa , Bon , Batoe - Ka-
rang en, in Straat Banka, ^de^ gde^ ade en i^te
punt en Lucipara-punt; aan
d. De zuidkust:
Varkenshoek , Hoek van Radja - Bassa, Tandjong -
Tekoes, Tandjong -China of Chinesche hoek.
§ 12. Zeeboezems. Dezelfde volgorde:
a. Blimbing - baai, Benkoenat, Krooi, Kawoer ,
Patoe-baai of Baai van Silibar, Baai Tsjinko,
Troesang, Bangoes of Brandewtjnsbaai, Baai van
Passaman, van Ayer - Bangies, van Tappanoche, Baai
Salekat of Ramboen en Soesoe- baai.
b. Baai van Atsjeen, van Pedir en van Samaw
of Passir.
c. Baai van Siak, de Bogt van Jambi en de
Baai van Palembang.
d. Lampongsbaai en Keizers- of Semangka-baai.
§ 13. Eilanden. Ook hier dezelfde volgorde:
a. Klein - Fortuin , Engano, met eene goede baai,
tegen het oosten open; er zijn boom- en aardvruch-
ten , en het heeft, nabij de ankerplaats , water en brand-
hout. Trieste of het Rif - Eiland, Eiland Bergen of
Sanding, de Nassausche- of Poggy-Eilanden, ten noor-
den van welke de veilige Nassausche straat; de twee
grootste eilanden, of Groot- en Klein-Nassau, zijn
door de Siekopkap of Hoornsche straat, waarin de
Hoornsche baai, van elkander gescheiden; men vindt er
gevogelte, varkens, sago en aardvruchten; de Goed-
Fortuin of Pora-groep, met de Nassausche straat
ten zuiden en Zeebloems- (Seaflower-') doortogt ten
noorden; de Amsterdamsche Eilanden, waarvan Min-
taow of Mantawei en Batoe de grootste zijn; eenige
der kleine eilanden, alhier in groot getal, vormen de
veilige Gamsbaai; er is overvloed van visch, water
en brandhout; de eilanden Nias; tusschen de voor-
naamste, Groot-Nias en Nantjang, is een goed vaar-
water voor groote schepen. Die eilanden worden gehou-
den voor het vaderland der bewoners van de meeste
eilandjes of eilanden langs de westkust van Sumatra.
Groot-Nias bevat omstreeks 100 vierkante mijlen, met
ruim