Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
IIG
onder de volkeren van Sumatra, geenen ingang gevon-
den te hebben.
§ 8. Kunsten en Wetenschappen. Aan vlugheid van
bevatting en begrip ontbreekt het dezen eilanders niet;
doch de willekeur van Opperhoofden en Vorsten heeft
over het geheel eene traagheid voortgebragt, welke alle
vorderingen in den weg staat. In alles, wat tot den
oorlog betrekking heeft, leggen zij veel vernuft aan den
dag, en men vindt onder hen bekwame arbeiders in
goud, zilver, koper, tin , ivoor en hout, in gespleten
en geverwd bamboes of rottan; ook voor weverij toonen
zij veel geschiktheid; de katoenen kleedjes worden door
hen sierlijk met gouddraad of zijde doorweven, of wel
fraai beschilderd. Smaak voor wetenschappen of lette-
ren schijnt er niet te zijn, en slechts onder de Priesters
en Aanzienlijken vindt men mannen, die den Koran in
het Arabisch kunnen lezen. — De Battas schijnen in het
bouwen van huizen en in het smeden en mengen van
metalen wel het meest bedreven, en bezitten ook, zoo
men meent, eenige letterkunde. Zij hebben muzijkin-
strumenten, die hun bepaaldelijk eigen zijn, hoezeer,
voor het overige, op dit eiland muzijk, of het, op
Java en elders zoo algemeene, gamelang - spel, of wel
kunstmatige ligchaamsoefeningen uiterst zeldzaam zijn.
§ 9. Taal. Deze is algemeen het Maleisch,' en
er bestaan in die taal gedichten en geschiedkundige
of romantische geschriften, welke van poetischen geest
getuigen. Op sommige plaatsen der oostkust wordt
het Javaansch nevens het Maleisch gesproken. Men»
beweert, dat de taal der zwervende volkstammen aan
het Maleisch geheel vreemd is, en dat deze stammen
onderling verwante tongvallen van dezelfde taal zou-
den spreken. Anderen gelooven, dat in de Lam-
pongs, op de westelijke eilanden en in het Battasche,
de talen geheel van elkander zouden verschillen. Ze-
ker is het in allen gevalle, dat de Redjangers eene
schrijftaal hebben, welke weinig met'die hunner na-
buren , de Lampongers, overeenkomt. Voor het
overige schijnt, in weOrwil van het verschil in de
schrijftaal, het Lampongsch, zoowel als het Battasch
en bet Atsjeensch, met het Maleisch verwant te zijn.
§ 10. Middelen van Bestaan. Daar er, eenige land-
schappen uitgezonderd, weinig lust voor landbouw be-
staat, zoo levert het eiland te dien aanzien veel minder
op,