Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
of gedeeltelijke niet - betaling, de man de schuldenaar
blijft van de nabestaanden zijner vrouw, en als mang-
hiring (pandeling) kan benaderd worden. Ook kan ie-
mand worden aangesproken, niet alleen voor de joejoer,
nog door zijnen vader verschuldigd, maar zelfs voor
die van andere magen van vaderszijde, zoodat men al
zeer gemakkelijk als pandeling zijne vrijheid kan verlie-
zen. Behalve deze wijze om een huwelijk aan te gaan,
bestaan er nog twee andere gebruiken omtrent dit punt,
de semando en de ambil-anak, die veel overeenkomst
met elkander hebben. Deze veroorzaken eene zekere ge-
lijkheid tusschen de echtgenooten, en vorderen eene ge-
ringe betaling, altijd beneden de helft der joejoer. Zel-
den echter heeft het huwelijk volgens semando plaats,
en, zoo men meent, alleen dan, wanneer er op de
zedigheid van het meisje met grond aanmerkingen te
maken zijn.
Behalve het drukkende van de joejoer, werkt ook
het pandelingschap nadeelig op de zeden, en beletten
beide gebruiken de vermeerdering der bevolking; zeer
te betreuren is tevens de zoogenoemde bloedwraak,
welke niet zelden als voorwendsel gebruikt wordt voor
moord, rooverij en menschenroof. In eenige gedeel-
ten van het eiland is de geheele maagschap voor
de schulden van een harer leden aansprakelijk, en soms
het geheele geslacht of alle dorpelingen voor de misdaad
van een' hunner. In het zuiden van Sumatra zijn
ook, bij de weinige vordering in den landbouw, die-
verij en menschenroof gemakkelijke middelen, om zich
leeftogt te verschaffen.
§ 7. Godsdienst. De Mohammedaansche Godsdienst,
hoewel in sommige punten veel verbasterd (zie bl. 108),
is vrij algemeen, ten deele naar de beginselen der We-
chabieten, door de Padries verspreid, over welke wij
(mede aldaar) reeds gesproken hebben. De andere Mo-
hammedanen zijn minder stipt in de waarneming der
voorschriften van den Islam, en verdienen op verschil-
■ lende plaatsen kwalijk hunnen naam. — De Battas, Lam-
pongers en Koeboes, alsmede de zwervende stammen,
zijn Heidenen. Bij sommige hunner vindt men eenig
denkbeeld van een voortdurend bestaan na dit leven; bij
andere zijn sporen van Hindoesche godsdienstbegrippen;
aan berg- en boschgeesten wordt hier en daar geloofd
en geofferd. — Het Christendom schijnt tot nog toe,
H 2 on-