Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
kleine oogen en languitgerekte ooren. Sommigen maken
onderscheid tusschen de Niassers en de Maroeweërs,
welke laatste slechts de eilanden ten noorden van
Nias bewonen. Over het geheel, hetzij ten noorden,
hetzij ten zuiden der Nias-Eilanden, vindt men op
die kleine eilanden geen' geregelden landbouw, dan
alleen bij de bewoners van de Nias - Eilanden, bij
welke intusschen, als in kleine Staten onder Radja's
gesplitst,' en veelal elkander vijandig, weinig veiligheid
tegen heerschzucht bestaat.
§ 6. Zeden en Gewoonten. In de Rijken Atsjeen,
Siak, Jambi, en vroeger ook in het Palembang-
sehe, wonen vele manghirings of pandelingen, die
tot onderdrukking zoowel, als tot dobbelspel geneigd
zijn. De Maleijer toont geringe zucht voor landbouw ,
meer voor goudwassching en gouddraadarbeid, als-
mede geschiktheid voor handwerk en kunst, blijkbaar
in de kleine stukken geschut en geweren, welke
hij zelf vervaardigt, doch vooral in het kunstma-
tig aanleggen der bintings (versterkingen) en de af-
sluiting van rivieren door paalwerk, zelfs in weêr-
wil van breede en diepe stroomen. — Hoewel de
Battas, zoo als gezegd is, door de Maleijers als
menschenëters met afgrijzen beschouwd worden, zijn
zij nogtans minder aan andere ondeugden overgege-
ven. — Ook de Niasser staat boven den Maleijer in
achting; daarom vindt men hem menigvuldiger in de
huizen der Europeërs. Hij geniet meer het vertrou-
wen van zijnen Meester, en 'is vlug in handwerk of
ambacht.
Het gebruik, dat de man zijne vrouw koopt, is
over het grootste gedeelte van Sumatra verspreid,
en werkt nadeelig voor het toenemen der bevolking
en voor de beschaving. De koopprijs (joejoer) be-
loopt op sommige plaatsen 60 Rijksdaalders, op an-
dere 150 en zelfs veel meer. Dezelve wordt meest
in goederen betaald, en waar zij hoog is, brengt
de bruid, aan opschik of slaven, een deel der waarde
terug. VVanneer, boven de joejoer, ook de huwelijks-
kosten, omtrent | meer beloopende, worden betaald,
is de vrouw de volstrekte eigendom van haren man;
doch juist uit dien hoofde worden die onkosten op
sommige plaatsen niet voldaan. De joejoer wordt be-
schouwd als eene heilige schuld, zoodat, bij geheele
of