Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
!!0
thans verscheidene mijlen van de zee verwijderd, zulks
alleen aan dc aanslibbing der oostkust hebben te wij-
ten.
§ i. Ligging cn Grenzen. Tusschen 95° 40'en 106°
10' oosterlengte van Greenwich en tusschen 5° 20' noor-
der- en 5° 32' zuiderbreedte. Ten westen en noorden
wordt Sumatra begrensd door den Indischen Oceaan,
ten oosten door Straat Malakka , de Linga - Zee,
Straat Banka en de Javasche Zee en ten zuiden door
Straat Soenda.
% 2. Uitgestrektheid en Bevolking. Het eiland
strekt zich uit van het noordwesten, waar het genoeg-
zaam in eene punt eindigt, naar het zuidoosten, waar
het ook geringe breedte heeft ; het is nagenoeg
300 mijlen lang, en op het breedst 67 mijlen, wan-
neer men, van Indrapoera en van Kawoer, eene
lijn dwars over het eiland trekt. Het bevat ongeveer
10600 vierkante mijlen en eene bevolking van 7000000
zielen; ruim de helft eerbiedigt het Nederlandsch ge-
zag.
§ 3. Luchtgesteldheid. Langs de oostkust heeft
men veel aangeslibden grond, en uit dien hoofde eenen
vochtigen dampkring, vooral ook in de digte wouden;
aan de westkust is de lucht drooger. Van wege de
menigvuldige bergen en de hooge bergvlakten, waar het
des nachts luchtig is, gevoelt men aan de stranden
een' minderen graad van hitte, dan op een eiland,
ten deele onder de linie gelegen, te verwachten zou
zijn. Daarbij is de ligging van Sumatra van het noord-
westen naar het zuidoosten de oorzaak, dat de mous-
son er minder geregeld is dan op Java, en de lucht
er meer door winden afgekoeld en door regens ver-
frischt wordt.
§ 4. Voortbrengselen. Deze zijn veelal dezelfde als
op Java, met uitzondering van Europesche groenten
en vruchten, die op Sumatra weinig worden aange-
kweekt , hoe geschikt de hooge bergvlakten daarvoor ook
zijn zouden. De verscheidenheid van keerkringsgewas-
sen is belangrijk, en volgens sommigen zijn er de
boom-