Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
andelijken inval op het grondgebied der Padries, ten
einde de steeds aangroeijende magt dier heerschzuch-
tigen te fnuiken, boeten met eene algeheele ver-
woesting. !3e huizen werden in de asch gelegd;
en de bewoners, welke niet door de vUigt ontkwa-
men of door het zwaard vielen, in slavernij weg-
gevoerd. Het landschap Kauw bleef schatpligtig aan
den oppersten raagthebber en geestelijken voorganger,
den gevreesden Toewanko - Imam van Bonjol. Het
Nederlandsch C3ouvernement, weder in het bezit geraakt
zijnde van Sumatra's westkust, mögt de veroverings-
ontwerpen der Padries niet werkeloos aanschouwen. In
tegendeel gaven deze door hunne handelingen alle reden,
om tegen hen te waken. Aan den krijgshaftigen geest
der tot dweepzucht opgewondene bevolking moest ern-
stige tegenstand worden geboden. Langdurig en hard-
nekkig was de strijd ; doch hij is , deels in de onder-
werping der Padries, in de vermeestering hunner met
bekwaamheid en beleid verdedigde sterkten, alsmede
in de gevangenneming van den Toewanko - Imam, ge-
ëindigd.
Het is naauwelijks anderhalve eeuw geleden, dat de
Engelschen op de westkust van Sumatra eenig ge-
bied verkregen hebben, waaraan zij, ruim 60 jaren
geleden, eenige meerdere uitbreiding hebben weten te
geven; doch sedert het merkwaardig verdrag met En-
geland, in 1824, waarbij de Nederlandsche vestin-
gen op her vaste land in Hindostan, benevens Ma-
lakka , tegen de bezittingen der Engelschen op Su-
matra verruild werden, wordt op het geheele eiland
geen ander Europeesch gezag geëerbiedigd dan het Ne-
derlandsche. Echter is, behalve de binnenlanden, het
gebied van Atsjeen, en een gedeelte der oostkust,
voor alsnog van Nederland onafhankelijk. Het schijnt
evenwel, dat de meeste onafhankelijke Staten zich wel-
dra vrijwillig aan Nederland zullen onderwerpen , ten
einde des te beter van hunne veiligheid verzekerd te
zijn.
Men meent, dat de zware golfslag van den Indischen
Oceaan rusteloos aan de westkust knaagt, en deze
voortdurend afspoelt. De oostkust wint in tegendeel
steeds door aanslibbing, om dezelfde reden als de
noordkust van Java. Naar het oordeel van sommi-
gen zelfs , zouden de steden Palembang, Jambi enz.,
thans