Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
Oudheden, ïe Soekah zijn Bramijnsche tempels , deels
nog in goeden staat, te vinden; hetgene van bouw- en
beeldhouwkunst daaraan nog zigtbaar is, is in zuiveren
stijl en voortreffelijk bewerkt. — In het gebergte Merbaboe
zijn onderscheidene steenen met opschriften gevonden;
slechts van éénen steen is het opschrift leesbaar, en
behelst dit in het Kawi of Sandie- Bocdhoeich eenige
zedelessen. — De overblijfselen van Kartasoera, niet
verre van Soerakarta, zijn die van eene aanzienlijke
stad; doch zij zijn geenszins van hoogen ouderdom.
In de 17de eeuw was er het verblijf van den Soesoehoen-
nan. — Niet ver van den mond der rivier Oempak,
bevinden zich de Vorstelijke grafsteden, die door de
Javanen met heiligen eerbied aanschouwd worden.
De Assistent• Residentie patjietan
grenst ten noorden aan de Residentie Soerakarta, ten
oosten aan de Residentie Madion, ten zuiden aan de In-
dische Zee en ten westen aan de Residentie Djokjokarta,
Luchtgesteldheid. Door de nabijheid der zee wordt de
lucht er gedurig verkoeld en gezuiverd; in de regen-
moussons zijn er de winden en regens sterk.
Bergen. De kust is hier, zoo als ook langs het groot-
ste gedeelte der zuidkust, hoog en rotsig, evenwel
zijn er ten oosten van de Patjietan-baai eenige kleine
havens, doch meestal tegen het zuiden, open.
Het landschap wordt, als ware het, in het westen
en noorden ingesloten door het gebergte i'^^^r-Gofwo/;^,
dat van den berg Bridjo noordwaarts in een' bergrug
uitloopt tot aan den hoogen Koekoesang.
Rivieren en andere wateren. Rivieren van aanbelang
worden hier niet gevonden; zij zijn alle klein; de Pat-
jietan-baai heeft aan de oost- en westzijde goede anker-
plaatsen; inzonderheid is achter de oostpunt der baai
eene haven, waar men ook tegen de zuidewinden vei-
ligheid vindt, die ssdert 1826 de Pollux-baai genoemd
wordt.
Voortbrengselen. Boomvruchten, rijst, peper, hout
en zwaar riet, alsmede zout.
Verdeeling. In vijf districten Patjietan, Scmanten,
Pringkoeloe, Lor rok en Pangocl.
De voornaamste plaats is:
Patjietan. Dit vlek, met een klein fort, ligt, aan de
oost-