Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ssm
de oppervlakte van de zee hunne kruinen vertoonen,
om later door verheffing van den grond nog hooger te rij-
zen , en op die wijze eilanden , zelfs van vrij groote uit-
gestrektheid , te vormen — wie gevoelt dan niet, hoe vele
eilanden van den Archipel, uit de diepe kolken aan-
vankelijk opgeworpen, later door aanslibbing eene vrij
groote uitgestrektheid kunnen verkregen hebben ?
De meeste eilanden hebben Vuurbergen, thans nog
werkende, of sedert korteren of längeren tijd uitgedoofd.
Er zijn onder die Vulkanen, welke soms op eene schrik-
barende wijze woeden. Het rommelen en donderen der
uitbarsting doet zich op grooten afstand hooren; de
aardbeving wordt zeer verre gevoeld; de aschregen
verspreidt zich tot op zeer afgelegene plaatsen, terwijl
de gloeijende uitwerpselen, of de vloeijende lava, alles
in de nabijheid verwoesten en, voor een aantal jaren,
de groeikracht verlammen. Zoo was het met de uit-
barsting van den Tomboro op het eiland Sumbawa, in
April, 1815, waarbij nagenoeg 12000 menschen omkwa-
men; zoo ook met de aardbeving, welke door den ^o^tó-
Kaba, in het gebied van Palembang, in November,
1833, veroorzaakt werd, die zich aan de eene zijde in
verschillende districten van Java , zelfs te Patjietan , en
aan de andere zijde tot op Sinkapore en het schiereiland
Malakka deed gevoelen.
Blijkbaar staan sommige Vuurbergen in verband met
elkander; niet enkel is dit het geval met bergen, die
op een en hetzelfde eiland zijn gelegen , maar zelfs
bestaat zoodanig verband, wanneer eene diepe zee tus-
schenbeide ligt. Ook schijnt het boven allen twijfel te
zijn, dat zich in de diepte der zee Vulkanen bevinden.
Niet enkel geeft het aanwezen van onderscheidene kleine
eilanden, die slechts uit eenen, hetzij nog rookenden of
reeds uitgebranden, Vuurberg bestaan, en die steil uit eene
groote diepte der zee zich omhoog verheffen , grond tot
het vermoeden, dat zij aan onderzeesche Vulkanen hun-
nen oorsprong ontleenen; maar er zijn zoodanige eilandjes
bij menschengeheugen boven de oppervlakte der wateren
verschenen; — daarenboven zullen de fiaterberoeringen
wel geene andere oorzaak kunnen hebben, dan uitbar-
stingen van Vulkanen, die op den bodem der zee aanwe-
zig zijn. Een zwaar gerommel, als kanongebulder, kon-
digt zich schijnbaar uit de verte aan; eene schudding
volgt; de aarde trilt; de oceaan kookt en bruist; plot-
A 2 se-
fi^