Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm

gen, heeft meer dan éénen aanval van eene groote over-
magt wederstand geboden en dien afgeslagen. De kraton
bevat op zich zelve reeds eene talrijke bevolking, en telt
verschillende paleizen, gebouwen, tuinen, boschjes, vij-
vers enz. Daarenboven bezit de Sultan een waterkas-
teel , zijnde een zeer fraai paleis, te midden van heerlijke
tuinen, omgeven van muren met torens voorzien, ineen'
vijver of meertje gelegen. Tot dit waterpaleis zijn geene
andere toegangen, dan die kronkelende gemetselde bogen,
welke onder het water doorloopen, en slechts spaarzaam
licht en lucht ontvangen door trechters, die in koepels,
welke boven het water uitsteken, eindigen. De Sultan
zou zich tegen overrompeling in dit waterkasteel in vei-
ligheid kunnen stellen, en zich aldaar gemakkelijk tegen
een' inlandschen vijand verdedigen, zoodra men die ge-
meenschapsgangen vol water had doen loopen.
Hier was de voorname zetel van den opstand van
Diepo-Negoro. Allerwegen in Matarani, vooral
langs de beide oevers van de Progo, kan men zich
de dappere daden der Nederlanders in dien oorlog
herinneren.
Oudheden. Aan den voet van eenen bergrug, tusschen
Djokjo en Klauen, vindt men de overblijfselen van
Branbainam en de naburige Djaiidie Shvoe (duizend
tempels), welke gezamenlijke overblijfselen denkelijk
met Toenongo ééne stad hebben uitgemaakt. Uitge-
strekt en prachtig, doch tevens in verheven eenvou-
digen stijl is alles, wat van de groote of ook kleine
tempels nog aanwezig is. Zware, naar de kunst ge-
houwen steenblokken, met smaakvolle bouwsieraden
geenszins overladen, zijn, zonder kalk of andere ver-
eenigingsmlddelen, op elkander gestapeld; juist op
elkander passende, vormen die steenblokken de wanden
en het dak van de tempels, en schijnen, als door eene
onzigtbare magt, in meer of min scherp of stomp
piramidaal gewelf, boven het hoofd van den verbaas-
den aanschouwer te zijn opgehangen. Vele dier tem-
pels hebben aan den buiten - ingang twee reusachtige
wachters, die kunstig gebeiteld zijn. Ook andere beel-
den zijn, zoo naakt als met kleederen, bij uitstek fraai
en keurig bewerkt. Bouworde, sieraden der beelden en
andere bijzonderheden herinneren ons de vroegere kunst-
werken van Ilindostan: men vindt afgodsbeelden met meer
dan één aangezigt, en vooral met verscheidene armen en
han-