Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
J^M
05
gaat van hier over Mitioreh naar de Residentie Banjoe-
maas. — Gedurende den oorlog tegen Diepo-Negoro
heeft deze ruime stad gediend tot gewoon Hoofdkwar-
tier van den Opperbevelhebber de Koek, die tevens
Luitenant-Gouverneur-Generaal was.
Minoreh, een klein vlek, ten noorden van het ge-
bergte Trajoemaas, niet ver van Borohoeclho, belang-
rijk , omdat zich te dezer plaatse Diepo-Negoro,
den aSsten Maart, 1830, heeft moeten gevangen ge-
ven , welke gebeurtenis aan den vijfjarigen oorlog een
einde heeft gemaakt.
Oudheden. Niet ver van de noordelijke grenzen zijn
velerlei overblijfselen uit de vroegere tijden, als onder
anderede tempels Gedong-Batoe-Dingen-Retjo, welke
"slechts i8 voet hoog zijn cn niet dan eene kleine
binnenruimte tot bid- of offerplaats hebben. — Op
Gedong - Songo is een andere tempel, veel fraaijer en
met grootere binnenruimte, doch in alles slechts 8
voet hoog. Hier zijn eenige beelden, cn onder deze een
vrouwebeeld met vier armen op een' buffel, een beeld
van ILetjo en van Mahadewa of Sieva. — Nabij JVo-
nosobo en te Soemowono zijn mede overblijfselen van
Bramijnschen oorsprong, zoo als ook te Moendoet,
noordoostelijk van Boroboedho, bij de zamenvloeijing
van de Progo en Ello, waar, in 1835, drie beelden
van buitengewone grootte ontdekt zijn. Zij staan in
een' kleinen tempel, inwendig vierkant piramidaal ge-
bouwd. Het middelste beeld, meent men, is Boedho,
13 voet hoog, zittende met afhangende beenen; aan
iedere zijde van Boedho is een beeld, iets kleiner dan dit,
ieder met dén ondergeslagen been. Elk beeld, is uit één
stuk. De drie beelden, zoowel als de tempel, met de
nissen, kroonlijsten, tafereelen in half verheven beeld-
werk enz. behooren alle tot de fraaiste voortbrengselen
van beeldhouw- en bouwkunst, welke op Java gevonden
worden. De tempel bevat nog geen 20 voet middellijn,
pronkt 'uitwendig met twee galerijen, ieder van 8 voet
breed, en het geheele gebouw, zoo als het thans zigtbaar
is, heeft de hoogte van 97 voet. — Ten noorden van
Magelang, in het district Bandongan , is, in het gebergte
xSoembing, de tempel Selo-Grio, piramidaal gebouwd,
even als die te Moendoet, doch voor het overige, wat
bouwkunstige sieraden aangaat, daarbij verre achter-
staande. Hoezeer van geringen omvang, heeft echter
ook