Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
i6. De Residentie kadoe
grenst ten noorden aan de Residentiën Samarang en
Banjoemaas, ten oosten aan de Residentiën Sama-
rang, Soerakarta en Djokjokarta, ten zuiden aan
de Residentiën Soerakarta, Djokjokarta, Bagelen en
Banjoemaas, aan welke drie laatste zij ook ten westen
grenst. Zij bevat op 39 v. m. 323199 inwoners.
Luchtgesteldheid. Zuiver en gezond; als de eenige
Residentie, die binnen's lands is gelegen, zijn dezeewin-
den bier reeds getemperd, en dus minder schadelijk
dan aan de kust.
Bergen. Sommigen schatten den Vuurberg Soembing,
die grootendeels tot de Kadoe behoort, op ruim 9000
voeten hoog. Van den Soembing gaat de bergketen
Trajoemaas naar het zuiden en zuidoosten, voorts
langs de grenzen tot aan de Progo. — De Vulkanen
Merbaboe en Merapi bepalen de oostelijke grenzen,
en beide, vooral de Merbaboe, behooren tot deze
Residentie. Eene uitbarsting van den Merapi heeft in
Augustus, 1837, veel schade veroorzaakt. In den
aanvang van 1834 werden door eene wegzinking van den
grond 37 menschen medegesleept.
Rivieren en andere wateren. De Sirayoe, Bogo-
wonto en Progo stroomen door dit landschap, terwijl de
rivier Ello, die door een aantal spranken en riviertjes,
welke uit den Merbaboe en Merapi afkomen, wordt
gevoed, zich in de Progo ontlast.
Voortbrengselen. De grond is buitengemeen vrucht-
baar en levert vooral rijst, koffij, tabak en olie; de
tabak heeft in 1837, door eene uitbarsting van den
Merapi, veel geleden; er zijn veel boom- en veld-
vruchten, een aantal buffels en paarden, en, door de al-
gemeene bebouwing van den grond en de sterke bevol-
king, die geene armoede kent, weinig wilde dieren; ook
is er niet veel visch.
Verdeeling. In twee afdeelingen Magelang en Te-
viangong.
Dc voornaamste plaatsen zijn:
Magelang, de hoofdplaats en verblijf van den Resi-
dent; zij ligt aan den oostelijken oever der rivier Progo,
deels tegen eenen heuvel gebouwd, in het zuidoosten
van den berg Soembing. — De groote weg van Samarang
naar Djokjokarta loopt hierlangs, cn een andere weg
gaat