Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
KU
93.
zich verscheidene andere rivieren, als de Lock-Odo en
de Abang, verliezen; het moeras is thans door eene wa-
terleiding grootendeels opgedroogd. — De Levang, die
eenige andere rivieren in zich opneemt, stroomt mede
door een, hoewel minder uitgestrekt, moeras , en ontlast
zich vervolgens, met de ßogowonto, door denzelfden
mond, in den Indischen Oceaan. De loop der Levang
is meestal van het noordwesten en westen naar het
oosten; doch die der Bogowonto , welke aan den berg
Soembing haren oorsprong heeft, en, nabij Onto-Rodjo,
de Kadil, die ook uit denzelfden berg ontspringt, met
zich vereenigt, gaat van het noorden naar het zuiden. —
In sommige gedeelten der Residentie wordt het over-
tollige water afgetapt, in andere worden door het aan-
voeren van water de velden vruchtbaar gemaakt, zoo-
dat men reeds eene menigte natte rijstvelden heeft aan-
gewonnen.
Voortbrengselen. Rijst, katoen , koffij, tabak , in-
digo , thee, suiker, kaneel en vogelnestjes, vele buf-
fels , en , in de bosschen , tijgers, panters, herten,
wilde zwijnen , apen en velerlei gevogelte.
Er bestaan alhier weverijen, goud- en zilversmederijen
en potten- en pannenbakkerij.
Verdeeling. In vijf afdeelingen : Koetoe-Ardjo, Ka-
rang - Anjer, Keboemen, Ambal en Ledok , waarvan de
drie laatste Assistent-Residenten hebben.
De voornaamste plaatsen zijn:
Poerworedjo , de hoofdplaats, met een fort, het ver-
blijf van den Resident. Men heeft hier een ruim
Militair Hospitaal en eene fraaije groote moskee, in
1837 volbouwd.
Karang - Bolang, Dit vlek ligt aan den mond der
rivier Tjitjing-Galang, aan den weg, die langs het
zuiderstrand door deze Residentiën loopt. Het schier-
eiland Karang-Bolang bestaat hoofdzakelijk uit kalk-
rotsen , hier en daar steil en gevaarvol over den
bruisenden oceaan hangende; in die kalkrotsen worden
vele eetbare vogelnestjes gevonden.
Oudheden. In het noordoosten der Residentie be-
vinden zich overblijfselen van bouw- en beeldhouw-
kunst , die tot de vroegere grootheid van Java behoo-
ren; doch zij zijn nog niet genoegzaam onderzocht.
16.