Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
Aet. 20.
bevindt. Ik wil liet integendeel uit dien toestand ophef-
fen, en het lot van de onderwijzers aldaar verbeteren.
Dit zal geschieden wanneer mijn amendement wordt aan-
genomen. Maar wat zal gebeuren wanneer mijn amen-
dement niet wordt aangenomen ? Dan zal het onderwijs
in die zoogenaamde bijscholen niet verbeterd worden,
maar die bijscholen zeiven zullen verdwijnen. De Minis-
ter wijst op den geringen waarborg, die in het toezigt
van Gedeputeerde Staten is gelegen, om te voorkomen
dat van mijn voorstel geen misbruik zal worden gemaakt.
Welnu, ik keer het om en ik vraag welke waarborgen
hebt gij zonder mijn amendement, dat niet die scholen
zullen verdwijnen? Integendeel, ze zullen zeker niet in
stand gehouden worden, zeer ten nadeele van het onder-
wijs van vele kinderen. Immers wanneer nu in het ver-
volg aan het hoofd eener dergelijke school, met 20 of 25
kinderen, een onderwijzer moet geplaatst worden met
f 400 tractement, dan zal de gemeenteraad zeer zeker zeg-
gen : „die school kan niet blijven bestaan; zij is te druk-
kend voor de gemeente , de kinderen kunnen op de hoofd-
school onderwijs ontvangen. Maar die hoofdschool is twee
en meer uren van de buurtschap verwijderd; en 'tgevolg
is, dat de kinderen in 't geheel niet naar school gaan.
Juist om dat onderwijs te behouden, om het zooveel mo-
gelijk te verheffen, is het noodzakelijk, dat mijn amende-
ment worde aangenomen. Nu verlangt men een waarborg
dat er van de wetsbepaling geen misbruik zal worden ge-
maakt. Men moet art. 18 niet uit het oog verliezen; de
scholen, alwaar zich meer dan 70 kinderen bevinden,
kunnen, ten gevolge van dat artikel, nooit onder mijn
amendement vallen. In zulke scholen moet niet alleen
een hoofdonderwijzer zijn, maar hij moet zelfs bijgestaan
worden door een kweekeling. In scholen van 100 kin-
deren moet niet alleen een hoofdonderwijzer geplaatst wor-
den , maar hij moet bijgestaan worden door een hulpon-
derwijzer. Mijn amendement heeft alzoo alleen betrek-
king op de scholen alwaar het getal kinderen beneden 70