Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
Art. 19.
(c) Bij verschil tusschen den gemeenteraad en den
onderwijzer omtrent het bedrag dier vergoeding beslis-
sen Gedeputeerde Staten.
(d) Ten behoeve van eiken kweekeling, bedoeld in
het voorgaand artikel, wordt den hoofdonderwijzer eene
jaarlijksche toelage verleend.
(e) Aan eiken hulponderwijzer wordt eene jaarwedde
toegelegd.
(f) De jaarwedden en toelagen worden door den ge-
meenteraad onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten
bepaald.
(g) Voor een hoofdonderwijzer is het bedrag der
jaarwedde ten minste ƒ 400, voor een hulponderwij-
zer ten minste ƒ 200. Het bedrag der toelage is ten
minste f 25.
(a) De Regering is ten volle overtuigd dat een vol-
doend openbaar lager onderwijs onmogelijk is, zoo de
onderwijzer geen behoorlijk bestaan heeft en hem de
hulpmiddelen voor het onderwijs v/orden onthouden. Zij
heeft steeds van hare gezindheid doen blijken en gaat
daarmede nog dagelijks voort, om de stoffelijke belangen
van het onderwijs en der onderwijzers, zooveel de mid-
delen , die haar ten dienste staan, dit toelaten, te bevor-
deren. (Mem. v. Toel. van 22. Sept. 1854.)
(a) De pligt der overheid, om voor het overal geven
van voldoend openbaar lager onderwijs te zorgen, brengt
ook de zorg mede, dat de openbare onderwijzers overal
een genoegzaam inkomen genieten. Het een staat in oogen-
blikkelijk verband met het andere. Nog meer dan vroeger
moet op deze gewigtige aangelegenheid gelet worden,
omdat de openbare onderwijzers voortaan met eene onbe-
lemmerde mededinging van de onderwijzers der bijzondere