Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
Art. 18.
(lerd door een hulponderwijzer, meer dan honderd vijf-
tig door een Iiulponderwijzer en een kweekeling. Bo-
ven dit getal wordt liij telkens voor vijftig leerlingen
door een kweekeling, en voor honderd leerlingen door
een hulponderwijzer bijgestaan (*).
Eene school van 70 leerlingen is te talrijk dan dat een
enkel man daarin behoorlijk klassikaal onderwijs geven
kan. Terwijl hij zich met de eene klasse bezig houdt,
zullen de andere te veel aan zich zelve overgelaten zijn.
Zoodra een betrekkelijk groot getal leerlingen niet onder
het oog of onder de onmiddellijke leiding des meesters
werkzaam is, wordt het onmogelijk onder hen de ver-
eischte orde en opmerkzaamheid te handhaven, en hen
hunne taak geregeld te doen vervolgen. (Voorl. Versl.
van 6, April 1857.)
Het zou wenschelijk kunnen zijn de verpligte hulp aan
den hoofdonderwijzer toegekend, eenigzins ruimer te stel-
len dan bij dit art. is geschied, maar er zijn bezwaren
voortvloeijende uit het gemis van geschikte personen en
uit de vermeerdering der uitgaven voor de gemeenten,
(*) Dit art. wordt geacht niet zeer duidelijk te zijn. Ophel-
deringen ter verduidelijking worden er niet in alle opzigten aan-
gelrofFen. Mijne opvatting van de bedoeling der Regering en der
wetgevende magt is deze :
Als er 70 leerlingen zijn, dan wordt er een kweekeling ver-
eischt. Zijn er 100 leerlingen, dan wordt er oen hulponderwijzer
verlangd, en de kweekeling is niet meer noodig. Zijn er 150
leerlingen, dan eischt de wet een hulponderwijzer en een kweeke-
ling , zoo als trouwens het art. duidelijk voorschrijft. Zijn er 200
leerlingen, dan zijn er twee hulponderwijzers noodig en de kwee-
keling is niet meer noodig. Zijn er 250 leerlingen, dan komen
er twee hulponderwijzers en een kweekeling , en klimt het getal
leerlingen tot 300 dan moeten er drie hulponderwijzers zijn, enz.