Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
Art. 17 en 18.
publiek, en dan ook van de beslissing rekenschap kun-
nen worden gevraagd. (Voorl. Versl. van 29. April 1856.)
(c) Zoodanig besluit, behelzende eene vernietiging van
eene verordening, wordt publiek gemaakt, overeenkomstig
art. 154 der gemeentewet.
Art. 154 der gemeentewet luidt zoo :
De schorsing of vernietiging wordt door Ons bevolen
bij een met redenen omkleed, in het Staatsblad te plaatsen
besluit, dat ingeval van schorsing, den duur hiervan be-
paalt.
(c) De openbaring van 's Konings besluit, waarbij ver-
meerdering van het aantal scholen in de gemeente wordt
bevolen, ligt in den aard der zaak. Het geldt hier eigen-
lijk de vernietiging van eene plaatselijke verordening, welke
vernietiging volgens art. 154 der gemeentewet bij een, met
redenen omkleed in het Staatsblad, te plaatsen besluit
wordt bevolen. (Mem. v. Beantw. van 16. Junij 1857.)
(d) Het komt de Regering voor, dat die uitbreiding
(van de vakken van onderrigt) op dezelfde wijze zal moe-
ten plaats hebben als de bepaling van 't getal der scholen.
De Gemeenteraad beslist of er behoefte aan uitbreiding
bestaat, of deze mogelijk is, en zoo ja met welk vak
of met welke vakken het gewoon onderwijs zal worden
vermeerderd. Is hij evenwel hierin nalatig, of moet zijne
uitbreiding van het onderwijs als ongenoegzaam worden
beschouwd, dan zijn Gedeputeerde Staten, van de be-
hoefte en de mogelijkheid tot uitbreiding overtuigd, be-
voegd daarin te voorzien; terwijl de gelegenheid openblijft
om door de hoogste instantie, voor de behoeften van het
onderwijs, zoo het tegen verwachting noodig ware, te
doen zorgen. (Mem. v. Beantw. van 16. Junij 1857.)
§ 2. Van de onderwijzers.
Art. 18. Wanneer het getal der leerlingen op eene
school meer dan zeventig bedraagt, wordt de hoofdon-
derwijzer bijgestaan door een kweekeling, meer dan hon-