Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
Aet. 15.
Naar inzien der Regering moet evenwel dit onderwijs,
niet gedeeltelijk, maar in zijn geheel, buiten de toepas-
sing der tegenwoordige wet blijven. Het is van geheel
exceptionelen aard ; ook nog in andere opzigten dan het
hierboven vermelde zou de wet bezwaarlijk daarop toe te
passen zijn, bijv. wat betreft het schooltoezigt op het on-
derwijs gegeven op oorlogschepen. Het hier behandelde
onderwijs staat onder militair toezigt, is aan militaire rege-
len onderworpen, wordt uitsluitend aan hen gegeven, die
den leeftijd, waarin lager onderwijs wordt genoten, te
boven zijn. De Regering heeft dan ook gemeend gelijke
uitzondering voor dit onderwijs als voor het hierboven
besprokene te mogen voordragen. (Mem. v. Beantw. van
16. Junij 1857.)
a. Het is niet te ontveinzen dat de gymnastiek een
vak is, waarop toezigt behoort te worden gehouden. De
vraag is: kan het uitsluitend onderwijs, in de gymnastiek
bijv. in beginsel beschouwd worden een vak van lager
onderwijs te zijn, onderworpen aan de dezelfde voorschrif-
ten als het lager onderwijs? Ik geloof dat dit niet kan
worden volgehouden, en daarom is de uitzondering in
deze wet opgenomen. (Min. van binnenl. zaken, Bijbl.
1857, bladz. 1046.)
b. Op de vraag: of deze wet ook toepasselijk is op de
onderwijzers in gevangenissen, antwoordt de minister van
binnenl. zaken:
De bepalingen van deze wet zijn ook toepasselijk op de
onderwijzers, die in de gevangenissen zullen worden be-
last met het onderwijs van de gevangenen. Overigens ligt
het in den aard der zaak, en dewijl de gevangenissen on-
derworpen zijn aan bijzondere voorschriften, dat de scho-
len in de gevangenissen niet vallen onder de bijzondere
bepahngen, welke in deze wet zijn opgenomen. Het toe-
zigt evenwel zal zich, des noodig, ook tot dat onderwijs
kunnen uitstrekken. (Bijbl. 1857, bladz. 1046.)
b. Men kent de eigenaardigheden van den militairen
stand en men weet dat, indien de burgelijke overheid Ie