Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
Art. 10 en 11.
veroordeelt openbaar te maken, noch ook op zoodanige
als degene, die dezelven aan iemand ten laste legt, uit
hoofde van zijnen post of van de op hem liggende ver-
pligting, gehouden was te ontdekken of te bestraffen.
Art. 368. Als valsch wordt aangemerkt alle te laste
legging, ter ondersteuning van welke het bewijs in regten
vereischt, niet aangevoerd wordt. Diens volgens zal de te
lastlegger, niet tot zijne verdediging kunnen vorderen, dat
het bewijs der zaak als nog opgemaakt moge worden. Hij
zal ook tot zijne verschooning niet mogen inbrengen, dat
de stukken of daden openbaar kennelijk zijn, of dat de
te lastleggingen, waarover hij aangesproken wordt, uit
vreemde papieren of uit andere gedrukte schriften zijn
overgenomen.
Art. 11. (a) Die de bevoegdheid tot het geven van
lager onderwijs verloren heeft, kan haar niet terug krijgen.
(b) In de gevallen, bedoeld bij art. 22, lid, en
art. 39 kan zij door Ons worden teruggegeven.
(a) Zou de bevoegdheid om te onderwijzen, wanneer
die vervallen is verklaard, voor geheel het leven van den
onderwijzer verloren moeten gaan? Zou een verbeterd
gedrag geen aanspraak geven om die bevoegdheid onder
zekere voorwaarden weder te kunnen verkrijgen? Zou
voor den onderwijzer , die eenmaal afdwaalde , de loopbaan
voor altijd gesloten moeten zijn? Schoon het gewigt
dezer tegenwerpingen erkennende, meent nogtans de Re-
gering, dat hij, die eenmaal de bevoegdheid tot het ge-
ven van onderwijs verloren heeft, geen onderwijs meer
moet kunnen geven. Welke zijn de gevallen, die krach-
tens deze wet, het verlies dier bevoegdheid ten gevolge
hebben ? Het veroordeeld zijn wegens misdaad , diefstal,
opligting, misbruik van vertrouwen, aantasting der zeden,
(meineed), het leiden van ergerlijk levensgedrag, het ver-
spreiden van leeringen strijdig met de goede zeden of dc