Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Aut. 5.
den, in verhouding tot dat toenemend getal vermeerdert
ook het onderwijzend personeel, dat den hoofdonderwijzer
ter zijde staat. (Mem. van Beantw. op het Versl. 1® Kam.
der St.-Gen. van 9. Augustus 1857.)
(e) Zoo de uitspraak van een Collegie meer waarbor-
gen voor onpartijdigheid oplevert dan die van een enkel
persoon, door het toegestane hooger beroep op Gedepu-
teerde Staten en op den Koning vervalt alle vrees voor
het onbillijke beslissing. (Mem. van Beantw. van 16.
Junij 1857.)
Art. 5. (a) Het scboolonderwijs wordt gegeven door
hoofd- en hulponderwijzers, hoofd- en hulponderwijze-
ressen ,, en kweekelingen, zoo mannelijke als vrouwelijke.
(b) Kweekelingen zijn zij, die den ouderdom nog
niet bereikt hebbende waarop zij tot het examen als
hulponderwijzer of als hulponderwijzeres kunnen worden
toegelaten, bij het schoolonderrnjs behulpzaam zijn,
(c) Dien ouderdom bereikt hebbende, mogen zij als
kweekehngen werkzaam olijven gedurende den tijd, die
nog verloopen moet alvorens zij tot het examen kun-
nen worden toegelaten.
(d) Indien kweekelingen het examen, vermeld in
het en 3''° lid, met ongunstig gevolg hebben afge-
legd, of om redenen, ter beoordeeling van den provin-
cialen inspecteur, verhinderd zijn geweest, examen af
te leggen, kunnen zij nog tot aan het eerstvolgend
examen als kweekelingen werkzaam blijven.
(b) Kweekelingen mogen geen huisonderwijs geven;
«ene verkeerde opvatting is niet te vreezen. (Mem. vau
Beantw. van 16. Junij 1857.) Zie verder art. 7.