Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Art. 4.
Art. 5. Zoodra de kinderziekte zich in eenig buis open-
baart, zullen geene kinderen uit zoodanig huis op eenige
scholen hoegenaamd mogen worden gezonden of toegela-
ten, zoo lang de be.smetting duurt. Alle ouders, voogden
of andere opzigthebbenden , alsmede de schoolhouders en
schoolhouderessen zullen, ieder voor zoo veel hun aan-
gaat, voor de stipte uitvoering dezer bepaling moeten
zorg dragen.
Art. 6. Onder scholen worden insgelijks verstaan, naai-
en breiwinkels, speel- en kinderschooltjes, in e'én woord
alle zoodanige verzamelingen van kinderen, die de opvoe-
ding en het onderwijs ten doel hebben.
Art. 15..........De gemeentebesturen zullen tevens
zorg dragen door het nemen van alle mogelijke voorzor-
gen, ten einde verdere besmetting daardoor voor te komen.
Art. 16. Zoo haast de kinderziekte zich in een huis
openbaart, zal men verpligt zijn, daarvan dadelijk aan
een, te dien einde door het gemeentebestuur te despiciëren
geneeskundige kennis te geven, opdat de vereischte voor-
zorgen genomen worden tot voorkomen van verdere be-
smetting.
In het Koninklijk besluit van 18. April 1818, Staatsblad
n". 20, waarbij bovengenoemd besluit is herzien, komen
artt. 1, 2, 5 en G letterlijk met bovengenoemde artt. 1,
2, 5 en G van het Koninklijk besluit, van 7. September
1814, n". 6 overeen. Bovengenoemd art. 16 komt overeen
met art. 17.
(a) Op de vraag, of zeer talrijke scholen wel te verkiezen
zijn, antwoordt de Regering:
De Regering acht te talrijk bezette scholen voor het
onderwijs niet voordeelig, het vaststellen door de wet van
een maximum van kinderen onder de leiding van een
hoofdonderwijzer zou hier en daar tot bezwaren aanlei-
ding kunnen geven. Plaatselijke omstandigheden moeten
hierbij in acht worden genomen. Moge al, zoo het getal
der kinderen sterk aangroeit, degene, die aan het hoofd
der school staat, meer bestuurder dan onderwijzer wor-