Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
ms
K
24
Art. 4.
beschouwd worden, als een maatregel van gezondheids-poli-
cie, en deze wet dnn niet moet worden dienstbaar ge-
maakt om dien maatregel te bevorderen. Men heeft het
oogmerk om bij het regelen der gezondheids-policie op
deze aangelegenheid acht te slaan. (Min. van binnenl.
zaken, Bijbl. 1857, bladz. 1029.)
(a) Op de vraag : of het onderwerp der vaccinatie hehoorlijh
xvas geregeld'^ antwoordt de minister van binnenl. zaken:
Ik verwijs naar de besluiten van 7. September 1814 en
van 18. April 1818. (Bijbl. 1857, bladz. 1027.)
Deza hesluiten zijn , in zoo verre zij op de school en het
onderwijs hetrelcking hebben, deze:
Koninklijk besluit van 7. September 1814 n°. 6, Staats-
blad n^ 98.
Art. 1. Alle degenen, welke uit de algemeene of
plaatselijke kassen gealimenteerd worden, of eenigen on-
derstand ontvangen, zullen verpligt zijn hunne kinderen,
voor zoo verre die nog geene kinderziekte gehad hebben,
hetzij uit de natuur, hetzij door inenting en aan welke de
vaccine nog nic- is geappliceerd te doen vaccineren, zoo-
dra de gezondheid en gesteldheid der kinderen, die kunst-
bewerking enz. toelaten.
Onze arnibesluren zullen voor de uitvoering dezer be-
paling zorg <iragen.
Art. 2. Op gelijke wijze zullen de administrateuren van
alle weldadige gestichten, hoe ook genaamd, binnen welke
kinderen gealimenteerd worden, en welke gestichten on-
derhouden worden, door of onderstand genieten uit de
publieke of plaatselijke kassen, gehouden zijn, aan alle die
kinderen, hetzij uit de natuur, hetzij door inenting, aan
wien de vaccine nog niet is geappliceerd, en welke voor
die kunstbewerking geschikt zijn , binnen den tijd van zes
maanden, na het nemen van de tegenwoordige resolutie,
de vaccine te doen appliceren, gelijk zulks mede zal plaats
hebben, binnen den voorschreven tijd van zes maanden ,
aan alle de kinderen, welke in vervolg van tijd, in voor-
noemde gestichten zullen zijn of worden op- of aangenomen.