Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Art. 2 en 3.
(c) Onderwijs aan de kinderen van ten iioogste drie
gezinnen gezamenlijk wordt nog als linisonderwijs be-
schouwd.
(b en c) Den buisonderwijzer is verboden ten zijnent
onderwijs te geven , waardoor de aanleiding tot het oprigten
van onwettige scholen is vervallen. Daarentegen is hem de
bevoegdheid toegekend, om ten huize van anderen aan
meer kinderen dan van één gezin gezamenlijk, onderwijs
te geven. Huisonderwijs is nu verklaard het onderwijs,
gegeven in de woningen der ouders of voogden der kinde-
ren, terwijl tevens den huisonderwijzer vrijheid is toege-
staan, om aan de kinderen van ten hoogste drie gezinnen
gezamenlijk onderwijs te geven. Al het overige onderwijs
is dientengevolge schoolonderwijs.
Tegenover het verlies der bevoegdheid om ten zijnent
onderwijs te geven, volgens deze Avet aan kinderen van
één gezin, staat nu voor den huisonderwijzer het voordeel,
dat hij ten huize van anderen, de kinderen van drie ge-
zinnen, onverschillig hoe groot hun aantal zij , gezamenlijk
mag onderwijzen. Bovendien is hem het regt geschonken i
daar hij voortaan met eene acte van huisonderwijzer, des
verlangende voor een of meer vakken van het lager onder-
wijs , kan volstaan en niet meer eene acte als schoolonderwij-
zer behoeft. Zijn toestand heeft daardoor veel gewonnen. In
allen geval blijft hem steeds de weg open om ten zijnent
onderwijs te geven; want de belemmeringen, die het op-
rigten van bijzondere scholen dus verre in den weg ston-
den, zijn vervallen, en hij kan, mits in het bezit eener
acte van bekwaamheid als schoolonderwijzer, van een ge-
tuigschrift van goed zedelijk gedrag en van een behoorlijk
vertrek, vrijelijk ook in zijne Avoning schoolonderwijs ge-
ven. (Mem. van Beantw. van 16. Junij 1857.)
Art. 3. (a) De lagere scholen worden onderscheiden
in openbare en bijzondere scholen.