Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
248
Art. 58.
Op de vraag: of in die gemeenten, welke thans meer dan
3000 zielen bevatten, eene plaatselijke schoolcommissie moet
worden daargesteld; dan wel, of, naar aanleiding van art. 3
der gemeentewet, het cijfer der laatste tienjarige volkstelling
in deze tot rigtsnoer zal behooren ie worden genomen, is door
den min. van binnenl. zaken bij missive van 16. Januarij
1858, n". 134, (5® Afd.) dus geantwoord:
De minister is van oordeel, dat bij het stilzwijgen der
wet op het lager onderwijs te dezer zake, en met het
oog op de deswege tusschen de Regering en de Tweede
Kamer der Staten-Generaal, gewisselde stukken, bij de
toepassing van gemeld art. 54 der wet, het voorschrift
van art. 3 der gemeentewet niet in aanmerking kan ko-
men, en dat mitsdien de bestaande bevolking, volgens de
bevolkingsregisters, ten deze in aanmerking moet worden
genomen, zoodat bij de zamenstelling van de voorschre-
vene schoolcommissiën, in den aangewezen zin zal moeten
worden gehandeld. (Prov. blad van Zuidholland, n°. 2,
van 7. Januarij 1858.)
Art. 54.
Gedeputeerde Staten van Zuidholland geven te kennen:
Wanneer aan Burgemeester en Wethouders het toezigt
over het lager onderwijs is opgedragen, en wel in ge-
meenten beneden de 3000 zielen, kan er geene sprake
zijn, van eene Verordening van den raad omtrent de
zamenstelling der Commissie, noch van eene Instructie
voor Burgemeester en Wethouders te dezer zake. (Prov.
blad van Zuidholland, n». 27, van 24. Febr. 1858.)