Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
245
van 15. Februarij 1858 te kennen gegeven, — dat het
hem is gebleken, dat sommige Gemeentebesturen,, in het
denkbeeld verkeeren, dat openbare onderwijzers, na 1
Januarij j. 1., eervol ontslagen, dadelijk aanspraak kunnen
doen gelden op pensioen; dat intusschen de vraag, of tot
het doen gelden dier aanspraak niet vereischt wordt, dat
de openbare onderwijzers overeenkomstig art. 27, in ver-
band met art. 28 der wet van 13. Aug. 1857 (Staatsblad,
n". 103) gedurende ten minste 12 maanden onder die wet
werkzaam zijn geweest, en over dat tijdvak de voorschre-
ven bijdrage hebben voldaan, nog niet is beslist, en een
punt van overweging bij de regering uitmaakt, en dat het
alzoo raadzaam schijnt, dat de Gemeentebesturen ten deze
niet met overhaasting te werk gaan, en zoodoende de
belangen der openbare onderwijzers in gevaar brengen,
maar alvorens tot het verleenen van eervol ontslag over
te gaan, de nadere beschikking der Regering omtrent dit
onderwerp afwachten. (Prov. blad van Zuidholland, n°.
28 van 17. Febr. 1858.)
Art. 36 en 70.
Uit de missive van Z, E. den heere minister van binnenl.
zaken van 5. en 11. .Januarij 1858, n". 135 en 211, Afd.,
ontleenen wij het volgende:
Dat, ofschoon tot dusverre gewoonlijk in de maand
Jannarij mededeeling werd gedaan van de som, welke
over het loopende jaar van Rijkswege beschikbaar kan
worden gesteld , voor den aanbouw of de verbetering van
schoollocalen enz., deze voortaan niet meer zal pl.-iats
hebben; en zulks op grond dat de thans in werking zijnde
wet op het lager onderwijs niet gedoogt, dat voor enkele
behoeften van Rijkswege ondersteuning worde verleend,
en volgens de wet al de kosten van het lager onderwijs,