Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
244
het getal van de gewoonlijk ter school gaande kinderen,
dat is noch het hoogste, noch het laagste, bij moderatie,
of anders het hoogste getal der in iedere maand school
geweest zijnde kinderen, gedeeld door twaalf, en verder:
Zijn er meer dan 70 leerlingen op de school, zoo wordt
een kweekeling aangesteld, meer dan 100, dan vervalt de
kweekeling en wordt hij vervangen door een hulponder-
wijzer: meer dan 150 leerlingen zoo wordt den hulponder-
wijzer een kweekeling toegevoegd. Is het getal leerlingen
tot meer dan 200 geklommen zoo vervalt de kweekeling
en wordt hij vervangen door een hulponderwijzer. Bij
verdere opklimming wordt telkens voor 50 leerlingen een
kweekeling aangesteld, die wegvalt en plaats maakt voor
een hulponderwijzer, wanneer het getal leerlingen tot bo-
ven 100 is gestegen. (Prov. blad van Zuidholland, n°. 25,
van 25. Februarij 1858.)
Art. 24.
Openbare onderwijzers, welke betrekkingen bekleeden,
die zij te gelijk met den post van hoofdonderwijzer van
eene openbare school, waarnemen, moeten zich bij Ge-
deputeerde Staten vervoegen, met verzoek om die bij
voortduring te mogen blijven bekleeden. Het drijven van
handel, het uitoefenen van nering of beroep, hetzij door
den onderwijzer of door eenig lid van zijn gezin moet
dadelijk worden gestaakt. (Prov. blad van Zuidholland,
n". 4 van 15. Januarij 1858.)
Art. 27.
Z. E. de minister van binnenl. zaken heeft bij missive