Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
204
Art. 65.
kennen, en door gestadigen, vertrouwelijken omgang op
eiken onderwijzer te kunnen werken. Aan geen hunner
moet hij vreemd blijven. (Voorl. Versl. van 6. April 1857.)
Bij die betrekking komt het meer dan bij eenige andere
op zedelijken invloed aan, en deze is denkbaar, wanneer
de schoolopziener met warmen ijver voor de zaak, eenen
rijperen leeftijd, verworvene achting in geheel het district,
ook ten gevolge van bewezene diensten in andere betrek-
kingen, en uitgestrekte algemeen bekende kundigheden
vereenigt. (Voorl. Versl. van 6. April 1857.)
Het toezigt moet worden toevertrouwd, behalve aan
plaatselijke schoolcommissiën , aan schoolopzieners , ge-
plaatst in een district van matigen omvang, zoodat go-
trouw en doeltreffend schoolbezoek, gemeenzame omgang
met al de in het district aanwezige onderwijzers, gestadige
leiding der onderwijzersgezelschappen en al wat verder
tot een werkzaam toezigt behoort, mogelijk blijft. Die
schoolopzieners zouden gekozen moeten worden uit mannen
van onderscheiden stand en betrekking, maar wier be-
langstelling in de groote zaak van het volksonderwijs al-
gemeen erkend wordt. Zij zouden andere betrekkingen
moeten kunnen houden, en de mogelijkheid zou dus be-
staan , om alle elementen, waarvan iets werkelijk goeds
en nuttigs voor die zaak te verwachten is, aan het school-
toezigt te verbinden en zich daarvoor ook de hidp van de
meest verdienstelijke der tegenwoordige schoolopzieners
ten nutte te maken. Boven liet gewone toezigt zouden
provinciale Inspecteurs worden geplaatst, vooral ook be-
stemd om eenen ouderlingen band tusschen de schoolop-
zieners der provincie te vormen en de door dezen aan
het licht gebragte behoeften en inzigten aan de Eegering
te doen kennen. De aanwezigheid dier provinciale Inspec-
teurs zou te nuttiger zijn, omdat daardoor elementen voor-
handen waren van eenen raad van onderwijs, jaarlijks
onder het voorzitterschap van den Minister van Binnen-
landsche Zaken bijeen te roepen, waar zich, gelijk het
vroeger is uitgedrukt, als in een brandpunt, alle lichtstralen