Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
203
Art. 63.
bewerken, Is die opvatting juist, dan zal het ook over-
bodig wezen omtrent deze zaak eenig voorschrift in de
wet te plaatsen, want elk schoolopziener zal, al zwijgt
deze, zich beijveren naar vermogen verkeerde methoden
en schoolboeken te weren. Of bedoelt men welligt, dat
hij te dezen opzigte niet blootelijk zal moeten waarschu-
wen, maar ook handelen? Doch dan doen zich de vragen
voor, waarom de schoolopziener alleen op dit punt eene
krachtige houding zou moeten aannemen, of er geene
botsingen te vreezen zouden zijn tusschen hem en de
Gemeentebesturen, te meer daar deze de afgekeurde school-
boeken door andere zoude behooren te vervangen; of steeds
behoorlijk zou kunnen worden gewaakt tegen willekeur
van de zijde des schoolopzieners, met welke middelen deze
het gebruik van verkeerde methode of schoolboeken zou
kunnen beletten, indien de onderwijzer en het Gemeen-
tebestuur weigerachtig waren; en meer dergelijke. (Mem,
van Toel. van 21. Febr. 1857.)
De Grondwet vordert het toezigt der overheid op het
geven van onderwijs, en maakt hier geen onderscheid.
Het toezigt van den schoolopziener kan dus niet verschil-
lend wezen voor openbare en voor bijzondere scholen.
Zijn werkkring omvat alle scholen, waar lager onderwijs
wordt gegeven, en zijn hierboven nader omschreven taak
is dezelfde voor de bijzondere als voor de openbare school.
Hij mag nimmer vergeten, dat de vrijheid van onderwijs
op bijzondere scholen grenzen aan zijne tusschenkomst
stelt, welker overschrijding strijden zou met zijne roeping.
(Mem. van Toel. van 21. Febr. 1857.)
Er zijn alzoo geene nadere bepalingen noodig voor
scholen, in gevangenissen, want wordt daar lager onder-
wijs gegeven, hetzij openbaar, hetzij bijzonder, zoo vallen
zij van zelf onder toepassing van dat artikel. (Mem. van
Toel. van 21. Febr. 1357.)
Zal de schoolopziener werkelijk op de hoogte zijner
roeping staan , dan behoort hij den geest en de inrigting
van elke aan zyn toezigt onderworpen school goed t«