Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
184
Art. 51, 52 en 53.
bijzondere school te staan , zoo heb ik gemeend den zin
van het bepaalde te moeten verduidelijken door de inlas-
Bching van het woord openbare. (Min. van Binnenl. Zaken,
Bijbl. 1857, bladz. 1210.)
(c) Het woord openhare is in de wet gebragt, om dui-
delijk te doen uitkomen, dat de bevoegdheid des Konings
het regt niet omvat, om een hulponderwijzer te vergun-
nen aan het hoofd eener bijzondere school te staan. (Min.
van Binnenl. Zaken, Bijbl. 1857, bladz. 1210.)
TITEL V.
VAN HET TOEZIGT OP HET OISTDERWIJS.
Art. 52. Met het toezigt op het onderwijs zijn, on-
der het oppertoezigt van Onzen Minister van Binnen-
landsche Zaken, belast:
a. plaatselijke schoolcommissiën;
b. districts-schoolopzieners;
c. provinciale inspecteurs.
Art. 53. (a) In elke gemeente is eene plaatselijke
schoolcommissie,
(b) In gemeenten, die zich ingevolge het lid van
art. 16. vereenigd hebben tot het oprigten en in stand
houden van gemeenschappelijke scholen, is eene ge-
meenschappelijke commissie.