Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
179
Art. 50.
(b) Voor de eerste aanteekening op de acte voor het
schoolondem'ijs wordt betaald drie gulden en op die voor
het huisonderwijs in één vak twee gulden. De eerste
aanteekening op de acte voor het huisonderwijs in meer
dan één vak en alle verdere aanteekeningen in het al-
gemeen, geschieden kosteloos.
(c) Deze gelden strekken ter voldoening der kosten
van de vergaderingen der commissiën, daaronder begre-
pen de schadeloosstelling der deskundigen. Het over-
schietende wordt in "sEijks schatkist gestort
(b) Ten einde het verkrijgen der kennis in de vakken
van het meer uitgebreid lager onderwijs bij de schoolon-
derwijzers aan te moedigen, is bepaald, dat, al mogten
deze, hetzij in eens, hetzij achtereenvolgende, in al die
vakken met gunstig gevolg examen hebben afgelegd,
slechts eenmaal, en wel bij de eerste aanteekening op
hunne acte, waarvan in het voorgaand artikel sprake is,
de geringe som van ƒ 3 wordt gevorderd. Ook ten op-
zigte der huisonderwijzers scheen ten deze met vrijgevig-
heid te moeten worden gehandeld. Van hem , die slechts
voor één vak is toegelaten en alzoo drie gulden heeft be-
taald, wordt twee gulden gevorderd voor de eerste aan-
teekening op zijne acte, waardoor hij de bevoegdheid ver-
krijgt in twee of meer vakken onderrigt te geven; zoo
doende staat hij, wat de betaling betreft, gelijk met den
huisonderwijzer, die dadelijk voor meer dan ée'n vak is
toegelaten. Bij deze betaling echter blijft het, en alle
verdere aanteekeningen op de acte van den huisonderwij-
zer in meer dan ëén vak hebben kosteloos plaats. (Mem.
van Beantw. van 16. Junij 1857.)
(c) De bestemming der na aftrok van de noodwendige