Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
174
Art. 44.
kan het, naar de Regering vertrouwt, niet twijfelachtig
zijn, dat ook de hulponderwijzeres in de vakken, volgende
op het rekenen, moet worden geëxamineerd. De wijze
van vermelding der onderscheiden vakken toont reeds op
zich zeiven aan, dat alle zoo wel op de hulponderwijzeres
als op den hulponderwijzer betrekking hebben, en dat al-
leen bij een dier vakken, namelijk het rekenen, de eischen
voor laatstgemelden eenigzins verder gaan. Maar boven,
dien zal bij het geringste nadenken, de twijfel die mogt
rijzen, vervallen, daar het vooreerst niet wel aannemelijk
is, dat eene hulponderwijzeres zou kunnen volstaan met
de kennis van lezen, schrijven, rekenen , en ten andere
het voorschrift van art. 16, 2« lid, dat op elke openbare
schoolten minste de vakken onderwezen worden, welke
het gewoon lager onderwijs omvat, leiden moet tot de ge-
dachte, dat de hulponderwijzeres, die op zoodanige school
werkzaam kan zijn, ook van al die vakken eenige, zij het
dan ook niet uitgebreide, kennis hebbe. (Mem. v. Beantw.
van 16 Junij 1857.)
(a tot i) Ik moet opmerken, dat voor hen die zich
niet geroepen gevoelen om zich te onderwerpen aan het
examen, benoodigd om aan het hoofd eener school te
staan, de gelegenheid daar is, om zich door het afleggen
van een examen als hulponderwijzer bezig te houden met
het eenvoudig onderwijs dat zij zouden wenschen te ge-
ven, of in het lezen alleen, of in het schrijven alleen, of
in het rekenen alleen.
Ik zou het een bedroevend verschijnsel rekenen , wan-
neer wij nu in de 19''® eeuw in Nederland zouden toela-
ten , dat dddr scholen wierden geopend, waar van den
onderwijzer niet meer zou worden gevorderd dan de be-
kwaamheid van wat te kunnen lezen, schrijven en reke-
nen. Ik geloof dat wij moeten vasthouden aan eenen
meer ruimer maatstaf van bekwaamheid voor hem die
aan het hoofd van het onderwijs onzer jeugd zal wor-
den gesteld. (Min. van binnenl. zaken, Bijbl. 1857,
bladz. 1198.)