Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
168
Art. 43 en 44.
leeftijd geschikt onderwijs kan geven. Ik meen te dien
opzigte te moeten opmerken, dat, indien ik mij niet ver-
gis , de onderwijzeressen in die vereenigingen geplaatst
zijn onder de leiding van superieuren en dat zij dus niet
bepaald kunnen gezegd worden aan het hoofd eener school
te staan. Zij worden geëmploijeerd in eene school, maar
de leiding van die school berust geheel op anderen, die
den gevorderden ouderdom wel zullen hebben. (Min. van
Binnenl. Zaken, Bijbl. 1857 , bladz. 1198.)
Art. 44. Voor liet examen ter verkrijging eener acte
van bekwaamlieid als liulponderwijzeres en als hulpon-
derwijzer wordt gevorderd:
(a) goed lezen en schrijven;
(b) voldoende kennis der zinsontleding, der spelregels
en eerste gronden der Nederlandsche taal;
(c) vaardigheid om zich, zoowel mondeling als schrif-
tehjk, juist en gemakkelijk uit te drukken;
(d) beginselen van de vormleer;
(e) rekenen, zoowel met geheele getallen uls gewone
en tiendeelige breuken, toegepast op munten, maten en
gewigten; — als- hulponderwijzer daarenboven de leer
der evenredigheden;
(f) aardrijkskunde en geschiedenis;
(g) beginselen van de kennis der natuur;
(h) theorie van het zingen;
(i) beginselen van onderwijs en opvoeding.
(a) Is hij, die eene schoone hand schrijft, en bevoegd is,
om onderwijs te geven in het schoon schrijven, verpligt om.