Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
167
Art. 33.
derjarigheid moet worden afgewacht. (Mem. van Toel.
21. Febr. 1857.)
(b) Het komt mij voor, dat, wanneer de grondwet
daartoe de bevoegdheid geeft, het publiek belang bij de
wet mag en moet worden in het oog gehouden. En dan
meen ik dat het publiek belang vordert, dat de wet den
ouderdom bepale waarop iemand aan het hoofd van eene
school kan worden geplaatst; dat de wet opneme, den
ouderdom waarop degene die zich met het onderwijs ver-
langt in te laten, tot het examen zal worden geadmit-
teerd. En dan vraag ik of de ouderdom van 23 jaren
kan gezegd worden te zijn een onmatige eisch? Mij
dunkt dat degeen die de meerderjarigheid bereikt, ook
kan gezegd worden aan het hoofd van eene instelling van
onderwijs te kunnen plaats nemen, maar dat het niet
zonder bedenking zou zijn, die zorg van onderwijs en op-
leiding toe te vertrouwen aan personen die dat getal jaren
nog niet hebben bereikt. Ik meen dat daarmede niet ge-
zegd kan worden belommerd te zijn de vrijheid van het
onderwijs. De ouders zullen hebben de meest vrije keuze
onder die personen die krachtons do bepalingen van de
wet tot het geven van onderwijs zijn toegelaten. Daar
komt het op aan, niet of do ouders bevoegd zijn om te
kiezen dien zij willen tot het geven van onderwijs aan
hunne kinderen, maar of zij vrijheid hebben in de keuze
van de personen aan wien zij het onderwijs jjan hunne
kinderen willen toevertrouwen, en die door de overheid
zijn bekwaam verklaard, om dat onderwijs op zich te
nemen. (Min. van Binnenl. Zaken, Bijbl. 1857, bladz.
1198.)
(b) Ik zou evenwel er niet gaarne toe overgaan om
den ouderdom van don hulponderwijzer en hulponderwij-
zeres en van den huisonderwijzer en de huisonderwijze-
res nog lager te stollen dan 18 jaren. (Min. van Binnenl.
Zaken, Bijbl. 1857, bladz. 1198.)
(b) Men heeft gewezen op onderwijzeressen in vereeni-
gingen, waar dikwijls eene onderwijzeres van jeugdigen