Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
Art. 83.
bedenkingen. Het is toch geenszins als zeker aan te ne-
men, dat, waar het uitgestrekte localen geldt, de ge-
meente , ook zonder bepaalde vermelding, wel voor het
schoonhouden zorg zal dragen. Integendeel is de vrees
niet geheel ongegrond, dat, zoo de wet op dit punt zweeg,
sommige Gemeentebesturen, uit zucht om zooveel moge-
lijk de ten laste der gemeente komende uitgaven te ver-
minderen , de zorg voor dat schoonhouden aan den onder-
wijzer zouden opdragen, hetgeen voor dezen een niet on-
belangrijk bezwaar kon zijn. (Mem. v. Toel. van 21.
Febr. 1857.)
(1) De kosten van het meer uitgebreid lager onderwijs,
gelijk de andere kosten, zullen komen ten laste van de
gemeente. Ik moet tevens doen opmerken, dat het geven
van meerdere uitgebreidheid aan het lager onderwijs eene
zaak is die in de eerste plaats afhangt van den Gemeen-
teraad. De Gemeenteraad belast met de behartiging van
en de zorg voor de belangen van de gemeente, zal wel
weten te onderscheiden wat voor de gemeente nuttig en
noodig is. Ik meen dat de billijkheid medebrengt, dat
de kosten ook voor het meer uitgebreid lager onderwijs,
komen ten laste van do gemeente in het algemeen; en
dat er zal voorzien zijn tegen misbruik door de uitbrei-
ding van het lager onderwijs toe te vertrouwen aan den
Gemeenteraad. (Min. van binnenl. zaken, Bijbl. 1857,
bladz. 1158.)
d. De keuze der schoolboeken is van zeer wezenlijk
belang. Van eene goede, zorgvuldige keus van leer- en
leesboekjes is de rigting van het onderwijs in niet geringe
mate afhankelijk. (Voorl. Versl. van 6. April 1857.)
d. De zaak zou door gemeen overleg tusschen den
burgemeester en den schoolopziener worden gevonden.
Vooral zou geene botsing te dier zake te vreezen zijn ^
als de schoolopziener ook omtrent dit punt alleen eenen
zedelijken invloed deed gelden. Hij moest als raadsman
optreden, niet het gebruik van bepaalde schoolboeken op-
dringen. "Was hij op de hoogte zijner roeping, dan zou