Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
Aet. 81 en 32.
kas, van zoodanige toelagen, in het genot, waarvan on-
derwijzers of gemeenten tot dus verre zijn geweest, met
die betaling voort te gaan. (Min. van binnenl. zaken, Bijbl.
1857, bladz. 202, P Kam. der St.-Gen.)
Art. 32. (1) Die kosten zijn :
а. de jaarwedde der hoofd- en hulponderwijzers;
б. de toelagen ten behoeve der kweekelingen;
c. de kosten van het oprigten en in stand houden
of het huren der schoolgebouwen;
d. die van het aanschaffen en onderhouden der
schoolmeubelen en der schoolboeken en school-
behoeften der leerlingen;
e. die van licht en brand, benoodigd voor de school-
localen ;
ƒ. die van het oprigten en in stand houden of het
huren der onderwijzerswoningen;
ff. de vergoeding aan de hoofdonderwijzers voor het
gemis van vrije woning;
A. de bijdrage der gemeente in het pensioen der
onderwijzers;
i. de kosten der plaatselijke schoolcommissie.
(1) Ten einde alle twijfel weg te nemen wat onder „ de
kosten van het openbaar lager onderwijs" zij te verstaan,
zijn ze hier uitdrukkelijk vermeld. De Gemeenteraden
weten nu waarin zij hebben te voorzien. De opgave moge
veelomvattend worden geacht, er is niets onder dat zoo
men een goed onderwijs verlangt, zou kunnen worden ge-
mist. (Mem. V. Toel. van 30. Dec. 1855.)
(1) Het weglaten der afzonderlijke vermelding van het
schoonhouden der schoolgebouwen schijnt niet vry van