Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
5
Ini-etding.
Den 10. April 1853 is tot minister van binnenl. zaken
benoemd, ]\P. c. j. j. van reenen.
Den 2. Dec. 1853 geeft de minister van binnenl. za-
ken, naar aanleiding eener redevoering van g. groen
VAN PRINSTERER in de Tweede Kamer der Staten-Gene-
raal, te kennen , dat hij zijne beste krachten zal inspannen,
om zoo mogelijk een ontwerp (van wet op het onderwijs)
in deze zitting aan te bieden. Ophelderingen kan en mag
hij niet geven, -wel wil hij verklaren, dat de bestaande
verordeningen op het onderwijs znllen nageleefd worden.
Ook in de Eerste Kamer der Staten-Generaal herhaalt
de minister van binnenl. zaken zijne verzekering; doch ver-
schoont zich om verdere ophelderingen te geven.
Den 28. Maart 1854 verklaart de minister van binnenl.
zaken, in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, dat de
■wet zoo spoedig mogelijk zal worden voorgedragen, en
dat hij, waar gemeente besturen en Gedeputeerde Staten
vrijheid weigeren tot het oprigten van bijzondere scholen,
daartoe geene vrijheid zal verleenen, en dat de wet van
3. April 180G geen hooger beroep, wat het oprigten van
bijzonders scholen aangaat, op den Koning toelaat.
Den 6. JMei 1854 verklaart de minister van binnenl.
zaken, dat het ontwerp van wet op het onderwijs zoo
verre gevorderd is, dat het binnen eenige dagen aan de
beraadslagingen van den Raad van State zal worden on-
derworpen.
Den 26. Mei 1854 werd, in de Tweede Kamer der Sta-
ten-Generaal, besloten tot het overwegen van het voorstel
van M"". g. groen van trinsterer, tot wijziging van de
bestaande verordeningen op de autorisatie tot oprigting
van bijzondere scholen, Avelk voorstel echter den 16. Jnlij
1854, nadat de meerderheid er zich tegen verklaard had,
weder werd ingetrokken.
Den G. September 1854, bij de sluiting der zittingen van
de Staten-Generaal, geeft de minister van binnenl. zaken
te kennen, dat het ontwerp van wet op het onderwijs
gereed is.