Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
Art. 28.
waarop deze wet in werking treedt, jaarlijks betaald twee
■ten honderd van de jaarwedde aan hunne betrekking
verbonden. Die bijdrage komt ten voordeele van den
Staat en wordt door de zorg der gemeentebesturen geïnd
en aan 's Eijks schatkist verantwoord.
De korting van twee ten honderd in het algemeen en
althans voor jaarwedden boven de ƒ 400 eenigermate to
vermeerderen, schijnt niet raadzaam. De jaarwedden zijn
over het geheel zeer matig: voor een klein inkomen is
elke korting, hoe gering op zich zelve, drukkend; die
druk worde niet bezwaard. Het is waar, van de burge-
lijke ambtenaren wordt meer gevorderd dan van de onder-
wijzers ; maar de korting, waaraan die ambtenaren onder-
worpen zijn, heeft meermalen aanleiding gegeven tot het
beweren , dat zij, vooral voor hen die kleine tractementen
hebben, zeer bezwarend is. (Mem. v. Beantw. van 16.
Junij 1857.)
Onder jaarwedde is niet uitsluitend te verstaan de jaar-
wedde uit de gemeentekas, maar blijkens art. 26 (27) in
het algemeen de jaarwedde aan de betrekking verbonden,
onverschillig uit welke fondsen die wordt gekweten. Waar
bijv. al de kosten van het openbaar onderwijs of zelfs
alleen de bezoldiging van den onderwijzer wordt gevonden
uit eene stichting voor het onderwijs, is art. 26 (27) even-
zeer van toepassing, betaalt do onderwijzer twee ten hon-
derd van zijne jaarwedde en hooft bij eventueel regt op
pensioen, volgens den maatstaf van art. 25 (26). Op ge-
lijke wijze wordt gehandeld waar zijne jaarwedde gedeel-
telijk uit de gemeentekas, gedeeltelijk uit andore fondsen
wordt betaald. Do vraag, of het veranderlijk inkomen
mede tot maatstaf, zoowel voor de korting als voor het
pensioen zoti moeten strekken, kan, daar de Regering
zwarigheid is blijven maken, den onderwijzer zoodanig
inkomen door de wet te doen toeleggen, buiten behande-
9