Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
Art. 23.
Christelijken gewetens is dat der opleiding op de ge-
mengde school tot Christelijke deugden.
Ik beroep mij op de practijk, waarop soms te laag
door den theoreticus wordt neêrgezien. Wat geschiedt
bij voorbeeld in een Christelijk huisgezin, waar de huis-
vader en huismoeder opregte Christenen zijn, die hunne
kinderen wenschen op te leiden tot Christelijke deugden,
en welk huisgezin niettemin uit verschillende bestanddee-
len kan zijn zamengesteld ? Mag zulk een huisgezin niet
Christelijk heeten, omdat de vader of moeder niet telken
reize, wanneer er van deugden sprake is, het leerbegrip
op den voorgrond stelt? Wanneer de vader niet zelf in
staat is de dogmatische opleiding aan zijne kinderen te
geven, moet hij zijne toevlugt dan niet nemen tot de cate-
chisatiën, tot de leeraren zijner Kerk! Is dat niet een
practisch bewijs dat er opleiding tot Christelijke deugden
kan zijn, ook däär waar het leggen van den wortel niet
kan zamengaan met die opleiding, als eene soort van cer-
tificat d!origine, als eene soort van étiquette, die bij elke
opwekking tot Christelijke deugd zou moeten gevoegd
worden om hare deugdelijkheid te certificeren ?
Wat is ergernis geven aan andersdenkenden ? Wat is
godsdienstige gevoelens van anderen niet eerbiedigen? Ik
spreek nu bepaaldelijk met opzigt tot het Israëlitisch ele-
ment op onze gemengde school; hetgeen evenwel de andere
niet uitsluit. Ergernis, wordt niet gegeven door het aan-
wezig zijn van blijken, getuigenissen, teekenen, dat de
Nederlandsche natie eene in mindere of meerdere mate van
den zuurdeesem des Evangelies doortrokkene natie is. De
blijken en getuigenissen omtrent dat feit ontmoet de Israë-
liet, die in onze maatschappij wil leven, bij eiken voet-
stap. Zij kunnen hem niet ergeren. Om die ergernis te
ontgaan, — zoo het ergernis ware, — zou hij uit onze
maatschappij moeten vlieden. Hij zou het geheele maat-
schappelijke verkeer moeten vermijden; want overal ont-
moet hij het teeken der Kruises en bewijzen van Christe-
lijke ontwikkeling en leven; hij ziet onze tempelgebouwen,