Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
woord liibcn, beminnen, zijn hier als bijvoegelijke naamwoor-
den gebezigd.
7. Bij de bijvoegelijke naamwoorden op en, cl, cr, valt de e voor
de l, n, r, in de verbuiging weg: einc cblc §rau, een edele vrouw.
8. In de volkstaal hoort men dikwijls cin gut i()lnb j ein
fc^ön SRabc^cn; doch alleen in 't onzijdig, en 4'" naamval.
regeering der bijvoegelijke naamwoorden.
Om de beteekenis van een bijvoegelijk naamwoord nader
te bepalen, komt er somtijds een zelfstandig naamwoord of
voornaamwoord bij. In dit geval vereischen eenige den twee-
den, andere den derden of vierden naamval, terwijl nog
andere met behulp van voorzetsels bepaald worden.
a. den tweeden naamval:
(Sc Ift bcr ^üiH bcbürftig.
Sie ijt bcr Söialcrei bcp[i(Tcn.
■Bir finb bcö ©elbeö benof^igf.
Sr (ft feiner ©djulb bcrougt.
.Sei bcr 3Bo{)ltt)at ftct^ cinge?
benf.
£r i(t einer feieren Betrügerei
nic^t fä^ig.
öcö Scbenö fro^.
@ic ftnb feiner Slnfunft geicartig.
bin meiner ©ac^e gcmlg.
2)er J^unb fonnte bcö .^afcn
nic^t ^ab^aft merben.
®cr gdb^crr mv bcr ©egcnb
nicfjt funbig.
gnbltc^ bin id) biß ?0?anncö
loö.
£r i|l bcr ©pracl;c mäcf;tig.
bin bcö SBarfcnö mübc.
bin bcö ^anfcnö faft.
(2r i(t m Sobeö fc^ulbig.
Öcö ©lüdö tt)cll^aft (t^cil?
^afttg.)
Hij heeft hulp noodig.
Zij legt zich toe op de schil-
derkunst.
Wij hebben het geld noodig.
Hij is bewust van zijne schuld.
Wees steeds indachtig aan de
weldaad.
Hij is tot zulk eene bedriegerij
niet in staat.
Verheugd in het leven.
Zij verwachten zijne aankomst.
Ik ben zeker van mijne zaak.
De hond konde den haas niet
krijgen.
De veldheer kende delandstreek
niet.
Eindelijk ben ik van den man
ontslagen.
Hij is de taal machtig.
Ik ben het wachten moede.
Ik ben het twisten moede.
Hij is des doods schuldig.
Aan het geluk deelachtig.