Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
Aanmerkingen.
1. Welluidendheidshalve gaat de ß in het enkelvoud van
den tweeden naamval mannelijk en onzijdig gewoonlijk in n
over; b. v. iticiflcn Sh^ifé, meestendeels. Men gebruikt dezen
vorm voornamelijk dan, wanneer het zelfstandig naamwoord
in den tweeden naamval reeds op é of cé uitgaat. Echter is
de uitgang cé regelmatiger; daar het bijvoegelijke naamwoord
in de laatste voorbeelden tevens plaatsvervanger van het lid-
woord, de buiging daarvan ook in de overige naamvallen volgt.
2. Wanneer twee of meer bijvoegelijke naamwoorden op
elkander volgen, dan worden ze insgelijks naar deze derde
buiging verbogen: gutcr, altcr, fo(ï6arcr ïïBeinj gute, gcfunbe,
tvohffdjmccfcnbc ©uppcj gufcé, frird)cé, »oh'g^^^arf^nci^ 5)rob.
3. Verder worden de bijvoegelijke naamwoorden op deze
wijze verbogen, wanneer ze voorafgegaan zijn van een twee-
den naamval, b. v. jfarlé altejïcr Srubcr, de oudste broe-
der van Karei; ju 2SiIhclmé grogcm SSerbrugc, tot groot
verdriet van Willem,
4. Eindelijk ook na veeltijds onverbuigbare woorden :
flilcrki, allerlei; b. v. allerlei fc^óne SuclKr.
bergleic(;en, dergelijk; b. v. bergfeic^en feineé ^Papier,
ctivaé, iets, eenig; b. v. ctmaó guter Jucf^f'
menig, weinig; b. v. menig treue greunbe;
Piel, veel; b. v. uiel guter Sabacf, en meer andere.
5. De bijvoegelijke naamwoorden, als zelfstandige gebezigd,
worden als zoodanig steeds naar eene van de drie verbuigin-
gen der bijvoegelijke naamwoorden verbogen; b. v.:
ein ©:lehrter, een geleerde;
ber ©ele^rte, de geleerde;
bie ©ele^rt e n , de geleerden;
©ele^rte, geleerden. ^
6. De deelwoorden volgen in alle opzichten de buiging der
bijvoegelijke naamwoorden, wanneer zij als zoodanig gebruikt
worden; b. v.:
ein liebenbcr 25ater, een beminnend vader;
ber geliebte ©ol^n, de beminde zoon.
Êiebenb en geliebt, de beide deelwoorden van het werk-
6*